Deze column verscheen eerder in De Psychiater (juni 2025). In deze rubriek pakken redactieleden en alumni van De Jonge Psychiater om beurten de pen op om hun persoonlijke visie op de psychiatrie te ontvouwen. Deze keer zijn dat Koen Bolhuis, kinder- en jeugdpsychiater en assistant professor in het Erasmus MC en hoofdredacteur bij De Jonge Psychiater, en Sem Cohen, psychiater en onderzoeker bij het Amsterdam UMC en eindredacteur bij De Jonge Psychiater.
Bent u een jonge psychiater (in opleiding) en wilt u zelf graag publiceren in deze rubriek? Stuur dan uw idee naar [email protected].
Congressen in binnen- en buitenland beginnen hun openingsspeech ermee: de klimaatcrisis, groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk, de gevolgen van de corona-lockdowns, de prestatiemaatschappij… het zou allen bijdragen aan de wereldwijde toename van psychische klachten. En tel daarbij op de recente geopolitieke verschuivingen zoals de oorlog in Oekraïne, de genocide in Gaza, burgeroorlog in Soedan. Het moge duidelijk zijn: het zijn roerige tijden.
Terwijl de academische vrijheid in de VS onder druk staat (en in de angst dat dit overspringt naar Europa), banen we ons als clinicus of wetenschapper een weg door al deze maatschappelijke, economische en politieke krachtenvelden. Of we nu patiënten willen helpen of onderzoeksdoelen behalen, de maatschappij heeft ontegenzeggelijk invloed op ons werk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het voorjaarscongres van dit jaar Psychiatrie voor iedereen?! als thema had, en dat ook in Maastricht de openingsspeeches over maatschappelijke onderwerpen gingen.
We weten dat discriminatie, financiële problemen, blootstelling aan oorlog (sterke) risicofactoren zijn voor psychiatrische aandoeningen. Wellicht moet meer ruimte worden gemaakt voor maatschappelijke thema’s in de spreekkamer en bij wetenschappelijke brainstormsessies. Dat kan betekenen: actief ruimte maken voor patiënten om ervaringen van discriminatie (al dan niet binnen de zorg) te bespreken, evenals gevoelens van klimaatangst of sociaal-maatschappelijke stress. Het kan ook betekenen dat we samen met collega’s en leidinggevenden het gesprek aangaan over hoe we ons als beroepsgroep uitspreken voor mensenrechten en sociale rechtvaardigheid, zowel binnen als buiten de spreekkamer. Moeten we ons als vakgroep buiten deze zaken houden in de hoop ‘neutraal’ te blijven, of steken we ons hoofd boven het maaiveld uit en spreken we ons uit over maatschappelijk onrecht?
Bij de PSYience sessie op het Voorjaarscongres, getiteld “Activisme in de psychiatrie“, boden we ruimte aan deze dilemma’s. Er waren bevlogen sprekers, bestuursleden waren aanwezig en natuurlijk was er veel publieksinteractie. Er was ook schuring, onenigheid en de spanning liep regelmatig even op. Dat was voelbaar en soms ook af te lezen van gezichten.
We waren, als groep, aan het zoeken naar de juiste woorden, de juiste toon om elkaar kritisch maar open te bevragen – maar er valt duidelijk nog veel te leren op dat vlak. Dat is niet verrassend als je bedenkt dat onze vakgroep net aan het ontwaken is uit een geprotocolleerde neurobiologische winterslaap. Het wordt steeds duidelijker dat psychiaters zich niet meer alleen kunnen richten op een enkele neurotransmitter, een rechttoe-rechtaan behandelprotocol of een zeldzaam syndroom. Wij zouden graag zien dat we als beroepsgroep meer met elkaar in debat gaan over maatschappelijke kwesties en een veranderende samenleving. Wellicht ligt hier een taak voor De Jonge Psychiater, en gaan we meer maatschappelijke debatsessies organiseren zoals tijdens het Voorjaarscongres. Misschien is het de taak van de NVvP. Of misschien is het ook aan uzelf om zich te organiseren.
Een zogenaamd genuanceerde middenweg is niet altijd zo gulden als ze lijkt – zeker niet als dit betekent dat de status quo blijft voortbestaan en we blijven doormodderen. Dan veranderen de wachtlijsten niet en neemt het gebruik van dwang in de psychiatrie verder toe. Ook thema’s als academische inperking, de genocide in Gaza, transfobie en de klimaatcrisis vallen binnen de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de psychiater. Wanneer zulke kwesties ons werk, onze patiënten en het maatschappelijke debat aantasten, is zwijgen geen antwoord. Dan is het tijd om te staan voor je menselijke kernwaarden en je uit te spreken.




