WVGGZ: wat staat ons te wachten?

(Leestijd: 3 - 5 minuten)
Rechtvrouw

Al in 2007 besloot het toenmalige kabinet de huidige wetgeving omtrent gedwongen psychiatrische zorg (Wet BOPZ) te vervangen door een nieuwe wet: dat werd de Wet Verplichte GGZ (WVGGZ). Per 1 januari 2020 treedt de WVGGZ in werking. Waarom moest er eigenlijk een nieuwe wet komen? Wat verandert er? Is het een vooruitgang? Een korte introductie.

Waarom een nieuwe wet? 

Ten eerste kwam de Wet BOPZ kwam onvoldoende tegemoet aan de toenemende ambulantisering in de psychiatrie. De Wet BOPZ is locatie gebonden: pas als iemand opgenomen is kan je overgaan tot het toepassen van gedwongen zorg. De WVGGZ is ‘patiënt volgend’ en biedt de mogelijkheid om ook in de ambulante situatie verplichte zorg toe te passen. De wet stelt (bijna) alle vormen van verplichte zorg ambulant toepasbaar. 

Ten tweede beoogt de WVGGZ de rechtspositie van de patiënt die tegen zijn of haar wil zorg krijgt en de positie van diens naasten te verbeteren. Zo zijn er veel meer klachtgronden in de WVGGZ en hebben patiënt en diens systeem meer in de wet verankerde procedurele rechten op verschillende momenten in de aanvraag en/of uitvoering van verplichte zorg. Maar de positie van de patiënt wordt ook verbeterd door expliciet te stellen dat verplichte zorg een ‘ultimum remedium’ is: zoveel mogelijk zorg moet verleend worden op basis van vrijwilligheid. Er moet ‘zorg op maat’ worden geboden volgens het model van ‘stepped care’. Daarbij zijn de al bekende criteria van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid geldend. 

Tenslotte hoopt de WVGGZ de kwaliteit van zorg te verhogen, doordat verplichte zorg vastgelegd moet worden in een ‘zorgplan’ dan volgens specifieke eisen (multidisciplinair) moet worden voorbereid en geëvalueerd. 

 

Wat verandert er nog meer?

Met de BOPZ nemen we ook afscheid van een aantal voor ons vertrouwde titels. De voorwaardelijk en voorlopige machtiging vervallen en gaan samen verder onder de noemer ‘zorgmachtiging’ (er is immers geen onderscheid meer nodig tussen ‘ambulant en klinisch’ omdat verplichte zorg in beide gevallen toegepast kan worden. Opname is slechts één mogelijkheid van verplichte zorg). De IBS wordt een ‘crisismaatregel’. Nieuw is dat de WVGGZ de mogelijkheid biedt tot ‘tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan de crisismaatregel’. Dit mag maximaal 18 uur duren, daarna moet deze zorg onder de vlag van de crisismaatregel geboden worden. De machtiging tot voortzetting van de IBS wordt voortaan een ‘machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel’. In noodsituaties kan onder bepaalde voorwaarden maximaal drie dagen tijdelijk verplichte zorg worden verleend, indien de zorgmachtiging of de (voortgezette) crisismaatregel hier niet in voorziet. Wat ook verandert, is dat de burgemeester ‘indien mogelijk’ de betrokkene hoort voordat hij of zij beslist tot een crisismaatregel. Verder is opvallend dat ‘een ieder’ via een nog op te richten meldpunt bij de gemeente waar de betrokkene woont, een verzoek kan indienen tot het verrichten van een verkennend onderzoek naar ‘de noodzaak tot verplichte zorg’ voor die betrokkene. 

 

Wat staat ons te wachten?

Dat weet niemand nog precies. De WVGGZ is theorie tot het moment dat het per 1 januari 2020 ook praktisch geïnterpreteerd wordt, door zowel hulpverleners als de rechtsspraak als de gemeente. Daar wordt een voorschot op genomen door zoveel mogelijk scenario’s uit te denken in overleg met alle betrokken partijen. 

De meest in het oog springende wijziging ten opzichte van de huidige situatie is de mogelijkheid ambulant verplichte zorg toe te passen. Onderstaande vormen van verplichte zorg mogen ambulant ten uitvoer worden gelegd:

  • Toedienen van vocht, voeding en medicatie
  • Verrichten van medische controles, andere medische handelingen en therapeutische maatregelen ter behandeling van een psychische stoornis of somatische aandoening (de noodzakelijke zorg voor een somatische aandoening, indien het gedrag als gevolg van de psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel voor de fysieke gezondheid van betrokkene)
  • Beperken van de bewegingsvrijheid
  • Insluiten
  • Uitoefenen van toezicht op betrokkene
  • Onderzoeken aan kleding of lichaam
  • Controleren van woonruimte op aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen
  • Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, dit tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of laten
  • Opnemen in een accommodatie
  • Overbrengen naar een plaats die geschikt is voor tijdelijk verblijf voorafgaand aan een crisismaatregel

De wetgever stelt wel heel duidelijk dat de ‘zorgaanbieders’ (bijvoorbeeld de GGZ instelling) verantwoordelijk is voor het ‘verantwoorden en veilige’ uitvoering van ambulante verplichte zorg. Het is aan iedere zorgaanbieder om invulling te geven aan deze begrippen en de afspraken hierover vast te leggen in een ‘beleidsplan’. 

 

Is het een vooruitgang?

De uitgangspunten van de WVGGZ zijn zonder twijfel positief: het breekt een lans voor zorg op maat, versterking van de rechtspositie van patiënt en diens naasten, en waar mogelijk voorkomt het opname omdat verplichte zorg in de ambulante (thuis)situatie gegeven kan worden. De keerzijde is dat er mogelijk spanning kan ontstaan tussen de visie van de hulpverleners op ‘verantwoorde en veilige’ uitvoering van ambulante verplichte zorg en de visie van patiënt, familie, politie of de rechter. Daarnaast betekent de beoogde kwaliteitsslag van de wet een toename van het aantal administratieve handelingen en hieraan gelinkte termijnen die strak bewaakt zullen moeten worden. Het zal afhangen van de uitkomst van het krachtenspel tussen alle betrokken partijen in hoeverre de WVGGZ haar speerpunten waar kan maken. 

 

 

Literatuur:

  1. Dwang in de zorg 
  2. Dwang in de zorg