Praktische psychofarmacologie bij ADHD

Boek ADHD

Op een zomerse avond lees je het boekje Praktische farmacotherapie bij ADHD van Glenn Dumont (klinisch farmacoloog) uit. Het telt, inclusief casuïstiek en bronnen, nauwelijks 100 pagina’s en is daarmee, naast overzichtelijk en toegankelijk, ook uitermate beknopt.

 

De hoofdstukken

In het eerste hoofdstuk van het boek wordt, na een zeer korte schets over ADHD, een uitleg gegeven over medicatiegebruik en de verschillende opties van de medicamenteuze behandeling. Eén voor één worden de verschillende medicamenteuze opties besproken, inclusief aandachtspunten in de dosering, tijdstip van inname en eventuele mogelijkheid tot combinatietherapie. De rationale achter deze middelen is makkelijk te volgen omdat er direct schematisch wordt weergegeven hoe deze stimulantia verondersteld worden de neurotransmitters te beïnvloeden en hier wordt ook bij de alternatieven naartoe gerefereerd wordt. Handig is ook dat in dit hoofdstuk praktische zaken zoals het hoe en wat rond medische verklaringen bij buitenlandse reizen (www.hetcak.nl), rijden, zwangerschap en het verschil in registratie van ADHD medicatie voor volwassenen en kinderen (methylfenidaat is bv. een off-label medicament in de volwassenen psychiatrie) worden samengevat.

 

In hoofdstuk 2 worden de meest voorkomende bijwerkingen samengevat met name rond de slaap, groei, eetlust, cardiovasculaire bijwerkingen (uitgebreid) en andere bijwerkingen (eerder beknopt). Opvallend is dat suïcidaliteit wel behandeld wordt, maar bijvoorbeeld stemmingsproblemen niet.

 

In hoofdstuk 3, genoemd ‘lange termijn effecten’, worden een aantal studies aangehaald die de effecten van de medicamenteuze behandeling illustreren op sociaal gebied, cognitie en hersenstructuren en wordt er uitgebreid ingegaan op middelengebruik/afhankelijkheid en de relatie met ADHD en medicatie. De farmacologische en feitelijke formulering van de werking, bijwerkingen en opties om hiermee om te gaan, geven voor zowel kinderen als volwassenen een heldere beschrijving van de mogelijkheden en beperkingen van deze middelen. De informatie kan in de soms zo weerbarstige praktijk nuchter richting geven en helpend zijn bij psycho-educatie. Casuïstiek in quizvorm illustreert en maakt de kennis direct toepasbaar. De somatische screening wordt tussen de regels door beschreven, maar verdient wat mij betreft een apart kopje. 

Dat psychosociale interventies volledig buiten beschouwing worden gelaten, kan de indruk wekken dat monotherapie met medicatie volstaat, al ziet de oplettende lezer in een quote uit het Farmacotherapeutisch Kompas dat ook psychologische, opvoedkundige en sociale maatregelen een rol hebben in de behandeling. Wat mij betreft zou in het boekje ook enkele regels of een tabelletje besteed mogen worden aan psychosociale interventies, want ook 101 pagina’s krijg je in een avond wel uit.

 

Besluit

Praktische farmacotherapie bij ADHD is een bruikbaar boekje voor arts-assistenten, psychiaters en andere voorschrijvers die graag de praktische informatie over ADHD en medicatie in klare taal samengevat op hun bureau hebben liggen.

 

Bibliografie

Praktische Farmacotherapie bij ADHD

Dr. Glenn Dumont

Uitgeverij LannooCampus