De Psychiater en het Meisje

boe_de_psychiater_en_het_meisje

Erik Rozing vlecht op een natuurlijke wijze de worstelingen van een psychiatrische patient en van een psychiater in opleiding in elkaar.

Als co-assistent was ik vaak gechoqueerd over het gebrek aan empathie en betrokkenheid bij het begluren van de communicatie tussen artsen en patienten. Alle clichés kwamen voorbij: de stoffige, wereldvreemde professor, de ijskoude neuroloog of de horkerige chirurg. Allemaal misten ze een belangrijke skill; medeleven.

Deze en andere clichés uit de medische wereld en de psychiatrie worden in de debuutroman van Erik Rozing, schrijver én psychiater, op uitvoerige wijze beschreven. Het verhaal beschrijft de persoonlijke ontwikkeling van Edgar, een arts in opleiding tot psychiater die worstelt met het leven, met zijn eigen depressieve gevoelens, met zijn ingewikkelde familiebanden, met zijn twijfels over de opleiding tot psychiater, en bovenal met de relatie tot zijn patiënten.

Juist die worsteling is het meest interessante van het boek. Als lezer krijgt je enerzijds een inkijkje in hoe ziek sommige psychiatrische patienten kunnen zijn en krijg je anderzijds een volledig beeld over hoe betrokken veel psychiaters zich kunnen voelen met hun patiënten. Maar ook beschrijft Rozing de keerzijde van  van overmatige betrokkenheid met patienten. Je gaat door het lezen van het boek weer geloven dat ook dokter net echte mensen zijn van vlees en bloed.

Al deze verschillende perspectieven worden (soms iets te) nauwkeurig beschreven door Rozing. Het inzicht in het ondraaglijk lijden van een patiente met borderline doet je als lezer voelen hoe ingewikkeld een relatie met zo’n patiënt kan zijn als je zelf niet stevig in je eigen schoenen staat als behandelaar. Dit is soms zo levensecht uitgewerkt dat je als lezer bijna denkt dat een romantische relatie met een patiënt krijgen misschien wel helend kan werken.

Daarbij beschrijft de auteur en passant ook de geestelijke belasting die artsen kunnen ervaren als ze zich erg betrokken voelen bij hun patienten. Rozing beschrijft op subtiele wijze welke diepe emotionele sporen van schuldgevoel en wanhoop een suicide van een patient op je achterlaat als behandelaar. Juist deze kant wordt versterkt door de menselijkheid en twijfelzucht van de hoofdpersoon. Hierdoor maakt de auteur initieel een aanklacht tegen de eerder benoemde, afstandelijke benadering van artsen /psychiaters/professoren. Het schone is dat later in het boek blijkt dat die wat afstandelijke benadering in sommige gevallen juist weer beter kan werken om een gezonde behandelrelatie te behouden.

Het is een weerspiegeling van de worsteling die iedere arts heeft, enerzijds met de overgave aan het vak en anderzijds met de afstand die je moet houden tot je patienten. Aan de ene kant wil je de empathische arts zijn die warmte en menselijkheid uitstraalt. Aan de andere kant heb je je te houden aan de professionaliteit van een zorgprofessional (wat een verschikkelijk woord red.) die een gepaste afstand vraagt tot patienten, iets waar Rozing soms enigszins gekunsteld naar refereert met het verdiepen van de eed van Hippocrates. Naar dat precaire evenwicht blijf je je hele artsen bestaan zoeken. Deze worsteling wordt vrolijk en vertwijfelt beschreven door Rozing. Vrolijk omdat hij op het vak kan reflecteren met de nodige ironie en zelfspot. Vertwijfelt omdat de hoofdpersoon in alle valkuilen stapt die zijn patienten voor hem uitzetten.

De ontwikkeling van de relatie die de hoofdpersoon heeft met een van zijn patienten is zonder twijfel het hoogtepunt van het boek. Tot het laatste moment blijft het onzeker of de sympathieke hoofdpersoon zal ingaan op de voortdurende grensoverschrijdende, manipulatieve en seksuele avances van zijn persoonlijkheidsgestoorde tegenspeelster. Iets wat hem zelfs verboden fantasieen bezorgd.

Het boek is daarom vooral een hele interessante vertelling over de psychiatrie, over psychiaters en over psychiatrische patienten. Door de levendige schrijfstijl en de waarheidsgetrouwe beschrijving van personages ( ‘De rimpels rond haar mond leken de kerven van permanente teleurstelling, een vorm van erosie door alle tegenslagen waar haar lach jarenlang aan was blootgesteld’) leest het boek als een trein.

Er zijn ook kanttekeningen te plaatsten. De lezer moet geen literaire bloemlezing verwachten met vernuftig gebruik van spitsvondige metaforen zoals Edward St Aubyn (The Patrick Melrose Novels), geen uitgediepte beschrijvingen van diepe psychologische trauma’s a la Griet op de Beeck noch uitgediepte filologische verhandelingen zoals bij collega psychiater Irvin Yalom. Wat je wel kan verwachten is een uitvoerige en uitgediepte beschrijving van een relatie tussen een psychiater en een patiënt die de ethische grenzen verkent van de art-patiënt relatie en waar gepassioneerd wordt beschreven hoe het bijna kan misgaan op die slippery slope. En dat is al ingewikkeld genoeg.

Tenslotte, en misschien is dat wel psychiater eigen om betekenis achter van alles te zoeken, raak je als lezer zeer geinteresseerdin de auteur zelf: heeft Rozing zelf een relatie met een patiënte gehad? In hoeverre betreft het autobiografische anecdotes? KamptRozing zelf met depressies? En hoe staat hij tegenover erotische overdracht naar de patient? Het antwoord hierop weten we niet, maar gezien de uitstekende vertellingen en gedetailleerde beschrijvingen kan het niet anders dat de auteur zelf zijn eigen grenzen heeft verkent in zijn relatie met zijn patienten.

De psychiater en het meisje - Erik Rozing
Uitgeverij Meulenhoff 2016, Pagina's: 448 ISBN: 9789029090896 Prijs paperback: 19,99 Euro


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy