Het ondenkbare denken

(Leestijd: 2 - 4 minuten)
Ondenkbare denken

Niet zo gek lang geleden was ik op een bijeenkomst waar een vooraanstaand psychiater betoogde dat de wetenschap in het algemeen en de biologisch ingestelde (bah, vies, verbeten gezicht) neurowetenschap in het bijzonder de psychiatrie de afgelopen decennia zo goed als niets had opgeleverd en dat we zo langzamerhand maar moesten accepteren dat de hersenen een ‘black box’ waren die we nooit zullen begrijpen. Een sombere boodschap waar ik het maar niet eens mee kan worden. Sommige boeken of documentaires delen dit pessimisme evenmin en laten enerzijds het complexe en mysterieuze van het menselijk brein zien, zonder afbreuk te doen aan het feit dat we toch stiekem best een eind gekomen zijn. 

 

Het boek ‘Het ondenkbare denken’ (ondertitel: sensationele verhalen over de wonderlijke werking van het brein) van de Britse onderzoeksjournaliste Helen Thomson is zo’n boek. Het doet meteen denken aan de in 2015 overleden neuroloog Oliver Sacks. Sacks (van wie een van de laatste publicaties – slechts enkele weken voor zijn dood- een ontroerende jeugdherinnering aan het Jiddische gerecht gefilte fisj is). Sacks schreef het grootste deel van zijn leven uitermate bevlogen en prozaïsch over zeldzame hersenafwijkingen en verschijnselen en de menselijke kant daar achter.

 

 

 

De vergelijking met Sacks ontgaat ook gelukkig Thomson niet en in haar interessante inleiding, waarin ze verder in vogelvlucht de geschiedenis van met name de neurologie behandelt. Wel zegt ze dat ze in haar boek hoopt een persoonlijker benadering te brengen dan Sacks. 

Die persoonlijker aanpak zit op het eerste gezicht niet direct in de beschrijving van de mensen en hun bijzondere afwijkingen, als wel in de talrijke verdiepende zijpaadjes (zowel op het gebied van geschiedenis, anatomie als wetenschap) en de persoonlijke elementen en bespiegelingen (helaas wel met name over zichzelf) die ze weet toe te voegen. Waar Sacks spreekt over ‘reizigers naar onvoorstelbare landen’ en daarbij voornamelijk schreef over die unieke, zelden eerder beschreven landen, zou je kunnen zeggen dat Thomson zich meer gericht heeft op de reis, zowel die van persoon in kwestie als van zichzelf en op haar eigen reiservaringen (voor dit boek is ze twee jaar de wereld overgevlogen). Thomson is daardoor, behalve minder origineel, wolliger dan Sacks, maar op zich niet minder interessant. Immers, bijzondere mensen blijven altijd fascineren.

In dit boek maken we kennis met een negental gevarieerde neurologische en psychiatrische beelden en hun eigenaren: Bob (bovengemiddeld goed biografisch geheugen), Sharon (vrijwel afwezig navigatievermogen), Ruben (synesthesie), Tommy (persoonlijkheidsverandering en NAH na SAB), Sylvia (Charles Bonnet syndroom), Matar (schizofrenie), Louise (derealisatie), Graham (Cotard syndroom) en Joel (hyperfunctionele spiegelneuronen/synesthesie). Met name laatstgenoemde, in het dagelijks leven werkzaam als arts, is lezenswaardig, met meer diepgang en reflectie dan de anderen. En die ons tussen neus en lippen door het belangrijke verschil tussen compassie en empathie voor patiënten duidelijk maakt.

  

Eenmaal moest ik dit boek vanuit mijn psychiater-hart even wegleggen, bij het verhaal van Sharon.

“Ze zeiden dat ik naar een psychiater moest; ze dachten dat ik gek was.” Door die diagnose belandde ze in een diepe depressie. “Ik wilde dood,” zei ze. “Ik had juist hoop gekregen omdat ik dacht dat de artsen iets zouden vinden wat te behandelen was.”

Een korte passage waar veel, zo niet heel veel, over te zeggen valt. Aandoeningen met verklaringen zijn voor de neurologie, de rest van de mensen is gek en onbehandelbaar en dus voor de psychiatrie. De gedachten van psychiatrie alleen al is zo onverdraaglijk dat dit mensen depressief maakt. Et cetera. Een snufje stigma, dat we helaas toch af en toe op meerdere plekken in dit boek tegenkomen.

 

Zijn de verhalen zoals de ondertitel belooft daadwerkelijk sensationeel? Vult Thomson met dit boek de leegte die Oliver Sacks heeft achtergelaten? Het antwoord op beide vragen is nee. Samenvattend weet Thomson wel een makkelijk en vlot leesbaar boek af te leveren, à la Sacks en Swaab. Gericht op de lekendoelgroep, maar door de nodige verdieping en verbreding ook interessant genoeg voor de professional, ondanks het snufje psychiatrie stigma dat er af en toe te proeven valt. Verder had er wat mij betreft best wat minder Helen Thomson en wat meer Bob, Sharon, Ruben, Tommy, Sylvia, Matar, Louise, Graham en met name Joel in het boek gemogen. 

 

Referentie

Het ondenkbare denken - sensationele verhalen over de wonderlijke werking van het brein
Helen Thompson
Uitgeverij Nieuwezijds
9789057124471 - 272 pagina's