Forensische psychiatrie en de rechtspraktijk

(Leestijd: 2 - 4 minuten)

In 2014 verscheen het leerboek “Psychiatrie voor juristen” van Ko Hummelen, dat hij schreef samen met Michiel Hengeveld en met als doel juristen op een beknopte manier te leren wat de psychiatrie behelst en hoe dit specialisme te werk gaat. Voor psychiaters was dit boek niet zo interessant. Heel anders is dat met dit tweede leerboek waarbij de titel al aangeeft dat er veel meer onderdelen van het samenspel tussen juristen en psychiaters/gedragsdeskundigen aan de orde komen, ‘Forensische psychiatrie en de rechtspraktijk”. Het eerste deel is in feite een vernieuwde versie van uitleg over psychopathologie voor juristen en beslaat de helft van het boek. Dit beslaat nu ongeveer de helft van het boek. Daarna beginnen nieuwe delen. 

 

 

 

De tweede helft bevat een belangrijk eerste deel over het specifieke gedragsdeskundig onderzoek (pro justitia) met daarin het belangrijke begrip toerekeningsvatbaarheid maar ook handelingsbekwaamheid, waarmee het juridische al meer de spreekkamer van de algemeen psychiater binnen kan komen. Het gaat in juridische zin niet altijd om ‘gevaar’ of ‘delict’, maar ook om verantwoordelijkheid (kunnen nemen) voor eigen gedrag in de bredere zin. Ook de term ‘aansprakelijkheid’ komt hier voorbij, in juridische termen voorkomend bij ongevallen, schade en letsel, maar in filosofische zin ook van belang bij alle doen en laten en van belang bij het toekennen van verantwoordelijkheid voor eigen handelen bij patiënten van alledag, met cognitieve tekorten, suïcidaal gedrag, bijzondere leefstijl gewoonten etc. Er is wel onderscheid te maken over wie op welk niveau hierover advies mag en kan uitbrengen. In kader van wilsbekwaamheid / eigen verantwoordelijkheid, mag/moet in de praktijk van alledag elke BIG geregistreerde hier een afweging in maken. Indien er een rapport gemaakt moet worden na een delict, is dat een specifiek hiertoe bekwaam gedragsdeskundige, meestal psycholoog, soms psychiater. 

In het boek zijn de historie, huidige praktijk en gedragscode en kwaliteitseisen van zo’n gedragsdeskundige rapportage terug te vinden in deel 2. De hoofdstukken worden afgesloten met een aantal knel- en aandachtspunten. Heel bruikbaar voor afdelingen met hoog-risico patiënten, juridische kaders en veiligheidsdoelstellingen is het hoofdstuk over risico-taxatie met de bespreking van tal van instrumenten/scorelijsten in dit kader.

Over de juridische kaders gaat het verder in deel 3 van het boek; voor een deel specifiek voor forensische psychiatrie, maar deels ook de voor alle psychiaters belangrijke wettelijke bepalingen en de historische context hiervan. Ook voor elke psychiater werkzaam in een crisisdienst en betrokken bij beoordeling van personen met verward gedrag die een strafbaar feit hebben gepleegd, is het goed om de paragrafen over de fasen van het strafproces en de procedure hierin te lezen. Er wordt vooruitgeblikt op nieuwe wetgeving, zoals de Wet Verplichte GGZ (WvGGZ) en de Wet Forensische Zorg (WFZ). 

Deel 4 van het boek is hoog-specialistisch en gaat over de behandeling in specifieke forensische behandelsetting. Naast een overzicht van welke settingen er zijn en hoe dit circuit in elkaar zit, zijn er hoofdstukken geweid aan specifieke gedragsproblematiek die in deze groep patiënten veel voorkomt. Zo zijn er hoofdstukken over de behandeling van agressie en van zedendelinquenten. 

 

 

Het boek is een mooi overzicht geworden dat op onderdelen interessant kan zijn voor verschillende doelgroepen. Op bepaalde onderdelen is het ook taaie kost en het kent ook de formele kant die juristen zo eigen is, maar waar psychiaters vaak wat wars van zijn. De auteurs zijn er in die zin goed in geslaagd om twee werelden bij elkaar te brengen, zodat er op dit grensvlak een gezamenlijke taal ontstaat. Dat dit nu nog niet helemaal ideaal is, benoemen zij zelf ook. Op onderdelen is het boek ook juist hoog-specialistisch en niet voor iedere psychiater relevant. Vanwege de maatschappelijke positie van psychiaters, is het echter voor velen een belangrijk boek om op de andere onderdelen wel kennis van te nemen; iedere psychiater krijgt tenslotte met vragen omtrent eigen verantwoordelijkheid, handelings- of wilsbekwaamheid en risico en veiligheid te maken. Het is voor hen dus van belang zich deze begrippen eigen te maken en te kunnen hanteren. Die hoofdstukken zouden wat mij betreft ook een plek in de opleiding tot psychiater moeten krijgen. Voor hen die werkzaam zijn in de forensische psychiatrie, verplichte kost.

 

Referentie

Forensische psychiatrie en de rechtspraktijk

JW Hummelen, RJ Verkes en mJF van der Wolf (red)

De Tijdstroom; ISBN 9789058983152

492 pagina's

 

Disclaimer:

De recensent werkt in dezelfde instelling als de auteur Hummelen