5 Vragen aan.. Andrea Ruissen

(Leestijd: 2 - 4 minuten)
Andrea Ruissen

In deze rubriek "Proud to be Psy", geïnspireerd op een term van Menno Oosterhoff, laten we iedere twee weken een (jonge) psychiater of AIOS/ASO aan het woord die 5 dezelfde vragen beantwoordt over zijn blik op de psychiatrie en de psychiater. We interviewen psychiaters (i.o.) die elk op zijn of haar manier bezig is om op een positieve manier bij te dragen aan ons vak. Dat kan zijn doordat hij of zij ontzettend goeie patiëntenzorg levert, iets te vertellen heeft over een (eind)referaat of onderzoek, een boeiend maatschappelijk evenement (mede) organiseert of een origineel idee heeft over de richting waarin de psychiatrie zich idealiter zou kunnen of moeten ontwikkelen.

 

 

 

5 Vragen aan.. Andrea Ruissen

 

1. Vertel eens, waar ben je allemaal mee bezig?

Ik werk als fACT-psychiater bij Emergis en zorg voor de EPA-patiënten in de stad Goes. Daarnaast draag ik bij aan drie zorgpaden. Ik heb een kleine onderzoeksaanstelling om een co-promotorschap vorm te geven, onderdelen te verzorgen van het interne Emergis-scholingsprogramma en te publiceren. Ook heb ik een eigen bedrijfje, Amedea. Ik verzorg consultatie, onderwijs en bij- en nascholing in de filosofie en ethiek van de zorg, geneeskunde en psychiatrie en ik begeleid aios en studenten.  

 

2. Dat is heel wat! En waar ben je trots op?

Ik ben druk met de combinatie moederschap en dokterschap. Want als psychiater voel ik me eerst en vooral dokter; medisch specialist. Ik ben er trots op dat ik daarnaast nog een bijdrage kan leveren aan debatten binnen ons vak. Een enkele keer met internationale artikelen, meestal met opiniërende stukken, blogs of columns en soms met boekhoofdstukken.

 

3. Heb jij vertrouwen in de toekomst van de psychiatrie?

Ja; als we er als beroepsgroep in slagen om psychiatrische diagnostiek en indicatiestelling weer tot de kern van ons vak te maken --niet alleen op papier, maar ook in de praktijk-- dan komt het goed. Ik vind de psychiatrie namelijk een prachtig vak, de mooiste tak van sport binnen de geneeskunde. Maar het beroep van psychiater is helaas niet altijd even aantrekkelijk. Vrijwel elke GGZ-professional heeft hart voor de GGZ; we werken allemaal hard, maar vaak ook inefficiënt. Het classificatiesysteem DSM-5 is onnodig overheersend geworden, de financiering pervers en ook ons taalgebruik (‘psychofarmaca’, ‘instellingen’, ‘beleidspsychiatrie’) draagt bij aan een onwenselijk schisma met de andere medisch specialismen. Psychiaters zelf zorgen voor een kakafonie in de media waarbij hoogleraren die spreken over neurobiologie, GGZ-in-de-wijk en euthanasie elkaar nauwelijks lijken te verstaan --laat staan de 'gewone psychiater' verder helpen. Ondertussen worden criticasters geschuwd door onze beroepsvereniging, maar is er ook nog steeds geen antwoord geformuleerd op het enorme aantal ononderbouwde psychofarmacavoorschriften. Collega-beroepsgroepen dreigen onze psychiatrische diagnostiek/classificatie te kapen en aan goede huisartsenbrieven en behandelverslagen wordt geen aandacht meer besteed: we hebben het te druk. Ergens hebben we de afgelopen decennia een afslag gemist wat betreft visie op onze kerntaken en vooral het uitdragen daarvan. Ik pleit dus voor een inhaalslag: terug naar goed onderbouwde en duidelijk opgeschreven (medisch-)psychiatrische diagnostiek en indicatiestelling en de werkrelatie met de patiënt als het belangrijkste behandelkader. Kortom, mijn missie is back to basics: diagnostiek, indicatiestelling en werkrelatie. 

 

4. Tot slot nog een laatste opmerking?

Ik hoop op een herwaardering van de psychotherapeutische identiteit van de psychiater. De neurowetenschappen en de innovatieve psychofarmacologie hebben ons de afgelopen decennia voor de dagelijkse psychiatrische zorgpraktijk (nog) weinig gebracht. Het psychodynamisch denkkader daarentegen kan inmiddels stoelen op een traditie van meer dan een eeuw. Het helpt ons vaker te ‘verstehen’ wat er aan de hand is met onze patiënten, dan dat de neurobiologie kan ‘erklären’. Om dat verschil, maar ook de kracht van verschillende paradigmata te waarderen zou (wetenschaps)filosofie deel moeten uitmaken van de opleiding tot psychiater.

 

5. En aan wie wil je het stokje doorgeven en waarom?

Aan Erik Rozing. Ik ken hem niet persoonlijk, maar ik ben onder de indruk van zijn debuutroman. Het narratief in de psychiatrie is van groot belang en ik denk dat literatuur kan helpen bij mijn missie.