Ebtisalem el Filali

Na het verschijnen van ‘De Psychiater-Thermometer’ zagen we er heil in de ‘5 vragen aan..’ nieuw leven in te blazen! In deze rubriek antwoordt een (jonge) psychiater of AIOS 5 dezelfde vragen over zijn blik op de psychiatrie en de psychiater. We interviewen psychiaters (i.o.) die elk op zijn of haar manier bezig zijn om op een positieve manier bij te dragen aan ons vak. Dat kan zijn doordat hij of zij ontzettend goede patiëntenzorg levert, iets te vertellen heeft over een (eind)referaat of onderzoek, een boeiend maatschappelijk evenement (mede) organiseert of een origineel idee heeft over de richting waarin de psychiatrie zich idealiter zou kunnen of moeten ontwikkelen. 

Shatha Al Rawi gaf het stokje door aan.. Ebtisam el Filali.

 

 

 5 vragen aan… Ebtisam el Filali

 

1. Vertel eens, waar ben je allemaal mee bezig?

Eigenlijk allerlei verschillende zaken. Ik werk als psychiater bij PsyQ in Den Haag op de polikliniek Bipolaire stoornissen. Wij leveren hoog-specialistische zorg aan patiënten die lijden aan een bipolaire stoornis. Bij een deel van onze patiënten lukt het om hun stemming stabiel te krijgen met verbetering van kwaliteit van leven met behulp van medicatie, leefstijladviezen en psychotherapie. Ongeveer 30% van de patiënten herstelt echter onvoldoende. Hierom ben ik ook betrokken bij de BINCO studie, een onderzoek naar de biologische, psychologische en levensstijlfactoren die van invloed zijn op het beloop van bipolaire stoornissen. Daarnaast ben ik betrokken bij de opleiding tot psychiater. In juli dit jaar is het nieuwe opleidingsplan “de Psychiater” in werking getreden. Samen met andere collega’s proberen we de implementatie van het nieuwe opleidingsplan zo soepel mogelijk te laten verlopen. Er zijn redelijk wat nieuwe veranderingen gekomen, waaronder levenslooppsychiatrie en de invoering van Entrustable Professional Activities. Door de komst van EPA’s, is het voor AIOS duidelijker wat er van hen verwacht wordt en is beoordelen van bekwaamheid van AIOS concreter en helderder geworden. Een veilig opleidingsklimaat is een belangrijke voorwaarde om AIOS op te leiden tot medisch specialisten met zelfvertrouwen en plezier in het vak. Ik vind het een verrijking van mijn werk om me, naast patiëntenzorg, bezig te mogen houden met de opleiding. 

 

2. Dat is heel wat! En waar ben je trots op? 

Mijn collega’s! Ik heb het genoegen om met gepassioneerde collega’s te mogen samenwerken, die, ondanks de vele negatieve verhalen en stigma die in de media komen, dag in, dag uit hun uiterste best doen voor het welzijn van onze patiënten. 

Ik ben ook heel trots op het afronden van mijn promotieonderzoek. Ik heb onderzoek gedaan naar gentherapie als behandelmogelijkheid voor patiënten met aangeboren leveraandoeningen. Promotieonderzoek doen vraagt om een lange adem en doorzetten, ondanks vele tegenslagen. Veel van onze patiënten herstelt goed op onze behandelingen. Helaas geldt dat niet voor al onze patiënten en ook dan is het belangrijk dat wij als hulpverlener blijven volhouden en steunen. 

 

3. Heb jij vertrouwen in de toekomst van de psychiatrie? 

Jazeker. In de afgelopen jaren worden psychiatrische klachten steeds sneller herkend, waardoor behandeling ook eerder kan starten. Daarnaast wordt er steeds openlijker gesproken over psychische klachten, onder andere in de media, wat stigma helpt verminderen. Helaas is er vooralsnog een hoge werkdruk en toename van administratieve lasten, wat het plezier in het vak vermindert. Desondanks ervaar ik ruimte om op momenten dat het van belang is de nodige tijd aan mijn patiënt te besteden, in tegenstelling tot de tijd dat ik als ANIOS werkzaam was in de kindergeneeskunde.

                      

4. Tot slot nog een laatste opmerking? 

Op de polikliniek valt het me op dat er grote verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in de presentatie en het beloop van de bipolaire stoornis. Zo komen bij vrouwen depressieve episodes vaker voor dan bij mannen met een bipolaire stoornis en begint de stoornis bij vrouwen op een gemiddeld hogere leeftijd. Mannen daarentegen hebben vaker manische episodes en een comorbide stoornis in het gebruik van middelen. De laatste jaren is er meer aandacht voor genderverschillen in de psychiatrie. Ik ben daar heel enthousiast over. Zowel op het gebied van onderzoek als opleiding is er nog veel winst te behalen in het ophelderen van deze verschillen en zo toe te werken naar een meer gepersonaliseerde behandeling van patiënten. De invoering van gendersensitief opleiden in het nieuwe opleidingsplan is een mooie stap hierin. 

 

5. En aan wie wil je het stokje doorgeven en waarom? 

Aan Jolien Veraart. Zij werkt als psychiater op de Depressie Kliniek van Parnassia en doet onderzoek naar het gebruik van ketamine voor therapieresistente depressie. Ik ben benieuwd hoe zij haar onderzoek combineert met haar werk als psychiater.