Spoedeisende Psychiatrie in het ziekenhuis

(Leestijd: 2 - 4 minuten)
Rijnstate

Onlangs verscheen er in het NTvG een interessant artikel (zie hier) over spoedeisende psychiatrie van een van onze redacteuren (Jeroen van Waarde, psychiater). In dit artikel werd met enkele cases bepleit dat de acute spoedeisende psychiatrische patiënt prima kan worden beoordeeld op de spoedeisende hulp van een algemeen ziekenhuis, waar dit nu vaak elders buiten het ziekenhuis gebeurt. Volgens de auteurs blijft het verbazingwekkend dat voor een acuut somatisch probleem, de patient zich direct kan wenden tot de SEH met de daar beschikbare medisch specialisten, terwijl voor een acute psychiatrisch probleem de patient is aangewezen op beoordeling door niet-artsen in een niet-medische setting (politiebureau, thuis, elders). Overeenstemming tussen alle betrokken partijen (politie, ambulancediensten, ministerie van VWS, GGZ en ziekenhuispsychiaters) is nodig om een deel van de spoedzorg van psychiatrisch zieke patiënten weer naar een ziekenhuissetting terug te halen.

Volgens het stuk zijn de belangrijkste argumenten om dit anders te organiseren het 1) verlenen van de acute zorg direct door een medisch specialist (de hoogst en breedst opgeleide professional binnen de psychiatrie/GGZ) in het ziekenhuis waar het 2) goedkoper en efficiënter kan plaatsvinden en 3)  er – indien geïndiceerd - complexe en kwalitatief hoogwaardige diagnostiek ter plekke worden uitgevoerd.

Het artikel stuitte op flink wat kritiek. Na aanleiding van het artikel startte het NTvG een poll op hun website met de vraag of de spoedeisende psychiatrie wel thuis hoorde op de SEH. 75% van de respondenten vond van niet. Het meest exemplarisch voor deze algehele opinie was de reactie van een gepensioneerd internist: Hij schreef dat ‘psychiatrische patiënten onevenredig veel professionele aandacht wegzuigen, psychiatrische patiënten zeer bedreigend kunnen overkomen, de psychiatrische patiënte voor de SEH dokter moeizaam en tijdrovend is en dat het voor iedereen (SEH-artsen, AIOS, AGNIOS, verpleging en patiënten met hun begeleiders) belastend zal zijn’.
Kortom, geen goed idee volgens zijn ietwat stigmatiserende visie op psychiatrische patiënten.

In een reactie via Facebook vond GGZ-psychiater Jeroen Terpstra het ook geen goed idee. Naar zijn smaak zijn de meeste beoordelingen van de crisisdienst geen medische beoordelingen en vereisen ze een meer systemische aanpak waarbij de crisogene context van een thuissituatie goed beoordeeld dient te worden. Dit kan volgens hem prima gedaan worden door niet medische beroepsgroepen.

De reacties op de oproep van de psychiaters uit het Rijnstate ziekenhuis om een deel van de spoedeisende psychiatrie naar het ziekenhuis te brengen levert in ieder geval discussie op. Het raakt eigenlijk een veel dieper gelegen artefact in de psychiatrie. Want wat is psychiatrie en wat is psychologie? Waarvoor heb je een medisch specialist, de psychiater, nodig? En wanneer volstaat een beoordeling van een verpleegkundige? Welke beoordeling en behandelingen voert de psychiater zelf uit en welke zorg leveren de overige beroepsgroepen?
De werkelijkheid in de psychiatrie is helaas een stuk complexer. Ik heb altijd geleerd dat de psychiater de ernstig zieke patiënten behandelt omdat hij dokter is. Niet zieke mensen zijn geen patiënt en hoeven daarom ook niet naar de dokter.

De organisatiestructuur van de GGZ heeft deze discussie er niet makkelijker op gemaakt door zowel psychiatrische als psychologische diagnostiek en behandeling aan te bieden. Hierdoor is het onderscheid vertroebeld en bevindt de psychiater zich in een crisis. Want wie of wat moet hij nu nog beoordelen en behandelen? Feit is wel, dat de onderverdeling van de GGZ in basis-  en specialistische GGZ dit mogelijk nog ingewikkelder maakt voor patiënt en psychiater. Want wanneer mag ik nu als patiënt naar de psychiater en wanneer word ik behandeld door de psycholoog? Voor de patiënt wordt het er niet duidelijker op.

Het is ook niet makkelijk om dit op te lossen. Feit is wel dat veel psychiaters het gevoel hebben dat ze de regie zijn kwijtgeraakt over de behandeling van veel patiënten en zich vooral moeten committeren aan behandelrichtlijn en –protocollen, gepaard met productieafspraken en voldoen aan targets die zijn gesteld door een manager. Daar helpt een onduidelijke structuur en een onduidelijk takenpakket niet bij. En patiënten (en huisartsen) hebben geen flauw idee bij wie ze moeten aankloppen als ze psychische hulp nodig hebben.

Hoe nu verder?
Gaat een deel van de spoedeisende zorg in de regio Arnhem nu naar het ziekenhuis? Dat is vooralsnog nog te prematuur om dat te stellen. Het pleidooi van de auteurs helpt wel om de discussie weer op gang te krijgen en te verdiepen. Waarom gaan we het niet proberen; dan weten we meteen of het werkt?
Het wordt in ieder geval tijd dat de psychiater zelf gaat bepalen welke patiënten hij wel en niet moet behandelen in acute situaties, net zoals andere medisch specialisten dat plegen te doen op de SEH.

Heeft u een reactie op dit artikel? Schroom dan niet om via sociale media (Twitter, Facebook, linkedIn) uw reactie kenbaar te maken.