Pyschiaterscolumn: Is als jonge klare "the sky the limit"?

Baan aangenomen

In deze rubriek pakken de redactieleden van De Jonge Psychiater om beurten de pen op om hun persoonlijke visie op de psychiatrie te ontvouwen. Deze keer is dat Louise Smallenburg.

Als een kind in een snoepwinkel voelde ik me, richting het eind van mijn opleiding tot psychiater. Sollicitatiebrieven waren totaal overbodig, de banen vlogen me om de oren. Lang wikken en wegen, bevragen van rolmodellen en gebruik van mijn partner als praatpaal: het mocht niet baten, want ik kon alsnog niet kie­zen. Tot ik me op een helder moment bedacht: waarom zou ik mijn wensen niet combineren? Waar ik als kind in een snoepwin­kel nog geremd werd, leek in het leven als jonge klare in de psy­chiatrie alles mogelijk. Een dagje kliniek hier, onderzoek daar, cursus zus en rapporteren zo: the sky is the limit?!

Wat een contrast met de jonge klare in het ziekenhuis. In een recent artikel in Medisch Contact komt naar voren dat mijn collega chirurg of orthopeed in opleiding niks te kiezen heeft. Hij of zij mag al blij zijn met een fellowship, wat feitelijk vaak uitstel van executie is. En dus volgt elke dag heelkunde vacatures chec­ken. Chirurgen hebben, pragmatisch als ze zijn, plan B (naar het buitenland) en plan C (als bedrijfsarts aan de slag) al klaarliggen. Ja, zij kunnen wél knopen doorhakken. Maar als ik me – met mijn door de opleidingsjaren heen opgebouwde empathische vermogen – een beetje inleef, weet ik dat het de chirurgen aan het hart gaat als zij niet aan het werk kunnen in hun droom­specialisme. Het Capaciteitsorgaan bevestigt dat deze ‘jonge­ klare problematiek’ pregnanter is dan voorheen, onder meer vanwege de ‘piek’ van het aantal artsen dat in 2012, 2013 en 2014 met de opleiding tot medisch specialist begon – en nu op de arbeidsmarkt komt.

Als jonge klare in de psychiatrie kon ik wèl van start gaan met het werk van mijn dromen. Ik kwam echter van een koude kermis thuis, toen collega­psychiaters om mij heen vertrokken of – al dan niet tijdelijk – uitvielen. Zelfs een interim­psychiater blijkt moeilijk te vinden. Dan bekruipt me de vraag hoe groot mijn keuzevrijheid daadwerkelijk is. Heb ik bijvoorbeeld de ruimte een paar van mijn uren in te vullen met de net voltooide cursus Narratieve Exposure Therapie? Zorgt de krappe arbeidsmarkt ervoor dat jonge klaren in de psychiatrie de cadeaus die vóór hen liggen niet kunnen uitpakken?

Met de gedachte van de collega’s in het ziekenhuis die überhaupt niet aan de bak komen in mijn achterhoofd, roei ik toch stug door met de riemen die ik heb, door de woelige wateren van de ggz (zoals ik de huidige arbeidsmarkt bezie). Op eigen initiatief spar ik in de luwte om de paar weken met een ‘senior’ psychiater. Deze collega – nog steeds jong, bevlogen én in vaste dienst – tipte me dat ik als psychiater in vaste dienst zélf mijn werk interessant kan, en mag, maken. Ik ervaar dan ook veel positieve betrokken­heid: collega’s die ‘zuinig’ op me zijn en vrijwel dagelijks even ‘tempen’ of mijn ambitie nog brandend is. Ondanks de woelige wateren in de ggz prijs ik me gelukkig dat ik de kans krijg om het voor mij mooiste medisch specialisme dat er is te mogen uitoefe­nen, op de plekken die ík wens. Al is the sky niet altijd de limit: laten we als jonge klaren in de psychiatrie vooral blijven zien wat er allemaal wél mogelijk is!


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy