Beste Gemeente

(Leestijd: 2 - 4 minuten)
Gemeente

Dat het niet eenvoudig is plots voor de sores van alle zorgenkinderen uit je gemeente financieel verantwoordelijk te zijn, lijkt me evident. Dat het lastig is een collega van de GGZ in contact te brengen met een medewerker van een buurtteam die een algemene vraag kan beantwoorden: opstartproblemen. Die opstartfase biedt een mooie kans om met en van elkaar te leren en tot een vruchtbare samenwerking te komen. In de jeugdpsychiatrie wordt steeds meer gedacht in stagering en gewerkt met prodromen van psychiatrische ziekte. Er wordt gezocht naar preventieve maatregelen of vroeginterventies. Geprobeerd wordt in een vroeg stadium meer aspecifieke symptomen te behandelen, stressoren te verlagen en coping te verbeteren (zie bv Mc Gorry et al ). Wellicht een mooie gedeelde focus voor buurtteams en GGZ? Temeer daar ook in de buurtteams, wijkzorg, 1 gezin 1 plan etcetera, de nadruk van de zorg voor kinderen en jongeren vroeg in een eventueel traject van jeugdhulpverlening of jeugdpsychiatrie komt te liggen. De kinderen die evident psychiatrisch ziek zijn, zullen immers via de huisarts hun weg naar de jeugdGGZ blijven vinden. Suïcidaliteit bevindt zich doorgaans in het domein van de tweedelijns GGZ.

 

Helaas is suïcide wereldwijd nog steeds de tweede belangrijke doodsoorzaak bij jongeren (na verkeersongelukken) en was suïcide in 2014 verantwoordelijk voor 8,5% van de doden in de leeftijd van 15-29 jaar in Europa (bron NRC Handelsblad 12 januari 2015). Doorgaans zijn effectieve preventieve maatregelen met betrekking tot psychiatrische stoornissen zeer algemeen en betreffen moeilijk veranderbare zaken als sociaal economische status. Om suïcidaliteit breed aandacht te geven en op alle niveaus te bestrijden, kunnen preventieve maatregelen mogelijk een rol hebben in het nieuw georganiseerde zorgsysteem. In de Lancet werd deze maand een studie gepubliceerd, waarin een preventief programma gericht op reductie van suïcidaliteit bij middelbare scholieren effectief werd bevonden. In het onderzoek van Wasserman, Hoven et al, werden 232 scholen in Europese landen benaderd, waarvan er 168 (11.000 leerlingen) deelnamen aan de studie. De deelnemende jongeren (grotendeels 15 jaar oud) vulden vragenlijsten in om de suïcidaliteit te beoordelen. Jongeren die recent ernstige suïcidale gedachten hadden of een suïcidepoging deden, werden geëxcludeerd. Uitkomstmaten waren ernstige suïcidale gedachten of een gerapporteerde poging bij de meting na 3 en 12 maanden na het uitvoeren van drie specifieke interventies die vergeleken werden met een controlegroep. In alle klassen werden posters opgehangen met voorlichting over suïcidaliteit.

De volgende interventies werden toegepast:

  • Question, Persuade and Refer (QPR), waarin personeel van de school onderwezen werd in het herkennen van suïcidaal gedrag en motiveren tot het zoeken van professionele hulp
  • Youth Aware of Mental Health Programme (YAM) waarin alle leerlingen deelnamen aan workshops en rollenspellen, ondersteund door een informatieboekje. De interventie was gericht op het vergroten van kennis over risico- en beschermende factoren met betrekking tot suïcidaliteit.
  • Screening by Professionals (ProfScreen): hierin werden risicojongeren (met een hoge score op de ingevulde vragenlijsten) gezien door een professional en zo nodig verwezen voor hulp.

Tijdens de studie werden geen suïcides gemeld op de deelnemende scholen. QPR en ProfScreen interventies gaven geen significante daling van gerapporteerde suïcidaliteit. De YAM interventie gaf bij de nameting van 3 maanden geen significante daling van gerapporteerde suïcidaliteit, na 12 maanden wel. Het absolute risico op een suïcidepoging daalde 0,60%, het relatieve risico 54.5%. Voor ernstige suïcidale gedachten betrof dit een absolute risicodaling van 0,50% en een relatieve risicodaling van 49,6%. Het aantal leerlingen dat de interventie moet doorlopen om 1 gerapporteerde suïcidepoging per jaar te voorkomen, is 200. De auteurs noemen het gedaalde risico positief en groter dan bij andere preventieve schoolinterventies (zoals voor roken of pesten). De auteurs zien het leerlingen zelf laten en leren praten over geestelijke gezondheid en het werken met peers als positieve punten van de YAM interventie. Kosteneffectiviteit, brede toepasbaarheid en noodzaak van boosters, zijn nog niet onderzocht. Mogelijk geeft de transitie mogelijkheden om dergelijke preventieve- of vroeginterventies als ze goed onderzocht zijn, breed te implementeren.

Beste gemeente, laten we allemaal blijven doen waar we goed in zijn en in onze samenwerking zorgen dat 1+1 twee blijft, of zelfs drie wordt!