Antidepressiva en psychotherapie even effectief bij prikkelbare darm syndroom

(Leestijd: 2 - 4 minuten)
IBS

Irritable bowel syndrome (IBS) ofwel prikkelbare darm syndroom (PDS) is een aandoening die een hoge geschatte prevalentie heeft: zo’n 10% van de algemene bevolking heeft er last van. De belangrijkste symptomen zijn buikpijn, gasvorming, diarree en verstopping, zoals omschreven in de Rome criteria. Bij iedere PDS patiënt kunnen andere symptomen op de voorgrond staan. Het ontstaan van PDS is multifactorieel en nog niet geheel opgehelderd. Viscerale hypersensitiviteit voor pijnlijke stimuli en veranderingen in centrale verwerking van pijn spelen waarschijnlijk een rol. Daarnaast is er vaker sprake van psychiatrische co-morbiditeit vergeleken met de algemene bevolking. In de DSM-IV wordt PDS geclassificeerd als ongedifferentieerde somatoforme stoornis; in de nieuwe DSM-5 als somatische symptoomstoornis. Kennis over effectieve therapie is belangrijk vanwege de hoge prevalentie en de daaraan gerelateerde kosten voor de maatschappij, zoals hoge gezondheidszorgconsumptie en secundaire kosten, bijvoorbeeld door arbeidsverzuim.

 

Afgelopen maand verscheen er een meta-analyse the American Journal of Gastroenterology welke een belangrijk licht werpt op evidence-based behandeling van PDS. Ford et al. (2014) voerden een meta-analyse uit over 48 randomized controlled trials (RCT’s) die het effect van antidepressiva en verschillende vormen van psychotherapie bij PDS onderzochten.

Antidepressiva
Er waren 17 RCT’s die antidepressiva (totale N = 592) vergeleken met placebo (totale N = 492). In totaal verbeterde 57.1% (gemeten als ‘globale reductie PDS-symptomen’ volgens Manning, Kruis of Rome criteria; als dit niet was weergegeven ‘reductie van abdominale pijn’) van PDS patiënten die antidepressiva kregen versus 35.0% van PDS patiënten die placebo kregen. Het relatieve risico (RR) om niet op te knappen van antidepressiva was 0.67 (95% BI 0.58 – 0.77). Er was geen verschil in effectiviteit tussen SSRI’s en tricyclische antidepressiva. De number needed to treat (NNT) was 4. Dat betekent in dit geval dat er 4 PDS patiënten behandeld moesten worden, om te voorkomen dat 1 patiënt helemaal niet opknapt.

Behandeling in de tweede lijn leek effectiever vergeleken met een behandeling in de eerste lijn. Er zijn geen klinische variabelen bekend waarop de keuze tussen een SSRI en een tricyclische antidepressivum gebaseerd kan worden. De auteurs noemen wel dat SSRI’s, vanwege vermindering van de gastro-intestinale transit time, mogelijk effectiever zijn bij obstipatie-predominante PDS. Tricyclische antidepressiva, vanwege verlenging gastro-intestinale transit time, zijn mogelijk geschikter voor diarree-predominante PDS.

Psychotherapie
Er waren in totaal 32 RCT’s die psychotherapie (totale N = 1232) vergeleken met een controlegroep (wachtlijst, monitorende of ondersteunende therapie, placebo of zorg als gebruikelijk (totale N = 1102)). In totaal verbeterde 48.1% van de PDS patiënten die psychotherapie kregen versus 23.9% van de PDS patiënten in de controlegroep. Het RR om niet op te knappen van psychotherapie was 0.68 (95% BI 0.61 – 0.76). De NNT was ook hier 4.

Wanneer naar het type psychotherapie werd gekeken, bleken cognitieve gedragstherapie (CGT), hypnotherapie, multicomponent psychotherapie bestaande uit verschillende psychotherapie-onderdelen (zowel face-to-face als telefonisch) en psychodynamische therapie effectief. Relaxatietherapie, stress management, CGT met minimaal contact of via internet waren niet statistisch significant effectief. Het lijkt erop dat er bij PDS patiënten die behandeld werden met psychotherapie in een derdelijns setting een groter effect bereikt werd dan bij behandeling in de eerste en tweede lijn.

Toekomstig onderzoek?
In deze meta-analyse zijn geen studies opgenomen die antidepressiva direct met psychotherapie vergeleken. Daarnaast was het bij sommige originele studies onduidelijk in hoeverre er sprake was van gelijktijdig gebruik van medicatie bij psychotherapie. Auteurs adviseren daarom in de toekomst studies uit te voeren bij PDS patiënten waarin farmacotherapie en psychotherapie direct met elkaar vergeleken worden of waarbij het effect van een combinatietherapie wordt onderzocht. Auteurs adviseren ook om in de toekomst de relevantie van het type PDS (obstipatie- of diarree-predominant), de setting van de studie (in de eerste, tweede of derde lijn) en psychiatrische co-morbiditeit (met name angst- en stemmingsstoornissen) te onderzoeken. Mogelijk is er in deze meta-analyse een overschatting van het effect van antidepressiva en psychotherapie vanwege aanwijzingen voor publicatiebias

Conclusie
PDS is een veelvoorkomende aandoening in zowel de eerste, tweede als derde lijn. Huisartsen, somatisch specialisten en psychiaters zouden kennis zouden moeten hebben van de evidence-based behandeling van PDS. Op basis van deze meta-analyse lijken antidepressiva (SSRI’s en tricyclische antidepressiva) en psychotherapie (CGT, hypnotherapie, multicomponent psychotherapie en psychodynamische therapie) even effectief in PDS symptoomreductie. De keuze hangt op dit moment dus af van de beschikbaarheid en voorkeur van de patiënt.

Referentie:
Ford AC, Quigley EM, Lacy BE, Lembo AJ, Saito YA, Schiller LR, et al. Effect of Antidepressants and Psychological Therapies, Including Hypnotherapy, in Irritable Bowel Syndrome: Systematic Review and Meta-Analysis. Am J Gastroenterol. 2014 Jun 17.

(Dit artikel is een aangepaste versie van een artikel dat eerder verscheen op SOLK.nl, nieuws over somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten)