Catatonia

Katatonie is een syndroom gekenmerkt door motorische symptomen, terugtrekgedrag, opwinding en bizar (zich herhalend) gedrag en komt relatief vaak voor bij psychiatrische patiënten (variërend van 8 tot ongeveer 38%). Klinisch kan het syndroom in hypoactieve, hyperactieve en mengvormen worden onderscheiden. Het treedt vaak op in het kader met stemmingsstoornissen, psychotische stoornissen (waaronder schizofrenie), autisme en somatische aandoeningen. Een mooi en gratis toegankelijk overzichtsartikel in het Tijdschrift voor Psychiatrie werd hier reeds over geschreven door Peter van Harten (klik hier voor gratis PDF). Hoewel katatonie goed te behandelen is met lorazepam en ECT, wordt het in de praktijk ondergediagnosticeerd. Zo worden vooral hyperactieve uitingen van katatonie (bijvoorbeeld agressief gedrag) vaak niet herkend. Om het belang van het herkennen van katatonie te benadrukken zijn in de DSM-5 veranderingen in de classificatie van katatonie doorgevoerd (zie hier en hier). Eenduidige criteria voor katatonie worden in de hele manual gebruikt en zijn van toepassing als specifier bij schizofrenie en stemmingsstoornissen maar ook bij andere psychotische stoornissen. Hopelijk zullen deze veranderingen leiden tot betere herkenning en behandeling van katatonie in de klinische praktijk.

Beoordelingsschalen kunnen helpen om katatonie actief vast te stellen en het klinisch beloop in kaart te brengen en vormen dus een belangrijk instrument in de praktijk. Dit artikel benadrukt dat katatonie met een gestandaardiseerde vragenlijst goed kan worden bijgehouden en bespreekt hoe een aantal belangrijke katatoniesymptomen gestandaardiseerd kan worden onderzocht.

Er zijn verschillende andere schalen ontwikkeld om de aanwezigheid en ernst van katatonie vast te stellen (zie het artikel van Rooseleer et al 2011 in het NTvP. Zij concluderen dat uit 7 verschillende schalen “gezien de goede validiteit en betrouwbaarheid en de gebruiksvriendelijkheid, de Bush-Francis Catatonia Rating Scale (BFCRS) de voorkeur geniet voor gebruik in de klinische praktijk.” De Nederlandse vertaling van de BFCRS is vrij toegankelijk via de Meetinstrumentensectie van het Nederlands Tijdschrift voor Psychiatrie.

 De BFCRS kan in 5 minuten worden afgenomen en bestaat uit 23 items (score per item 0-3). Daarvan kunnen de eerste 14 als screening voor katatonie worden gebruikt. De onderzoeksprocedure In de praktijk is de BFCRS een semi-gestructureerd interview gebaseerd op directe observaties van de patiënt. Het gaat dus om zelf waargenomen gedrag, behalve de items ‘teruggetrokkenheid’ en ‘autonome afwijking’ die ook op basis van gegevens uit het EPD mogen worden vastgesteld. De BFCRS kan eenvoudig worden toegepast en het is goed dat elke psychiater hier iets vanaf weet. Dit geldt ook voor een aantal ‘lichamelijke tests’.

In de Nederlandse vertaling van de BFCRS staat een heldere onderzoeksprocedure die hieronder besproken wordt (achter elk dubbele punt staan de items uit de BFCRS waarop dit punt betrekking heeft):

  1. Observeer de patiënt terwijl u pogingen onderneemt hem/haar in een gesprek te betrekken: Activiteitsniveau – Abnormale bewegingen – Abnormale spraak.
  2. De onderzoeker krabt zichzelf op overdreven wijze: Echopraxie.
  3. Onderzoek de arm op het tandradfenomeen. Poging tot herpositionering: instrueer de patiënt om ‘de arm ontspannen te houden’ – beweeg de arm met afwisselend relatief weinig en veel kracht: – Negativisme – Wasachtige soepelheid – Gegenhalten.
  4. Vraag de patiënt de arm (voor zich uit) te strekken. Plaats één vinger onder zijn/haar hand en tracht deze langzaam verder omhoog te tillen na de instructie: ‘Laat uw arm NIET door mij opheffen’: Mitgehen
  5. Steek uw hand uit terwijl u het volgende zegt: ‘Geef mij GEEN hand’ - Ambitendentie
  6. Steek uw hand in uw broekzak en zeg: ‘Steek uw tong uit, ik wil er een naald in steken.’: Automatisch gehoorzamen.
  7. Controleer of de grijpreflex aanwezig is: Grijpreflex (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Primitive_reflexes)
  8. Bekijk de aantekeningen van de afgelopen 24 uur in het EPD en let daarbij op orale inname van voedsel en vocht, vitale tekens en incidenten.
  9. Streef ernaar de patiënt ten minste elke dag voor korte tijd indirect te observeren.

Kortom: als er verdenking is op katatonie, breng dit dan in kaart met de BFCRS. Het kost niet veel tijd en je traint jezelf om gestructureerd naar katatonie te kijken. Een aanrader dus!

Met dank aan Jurjen Luykx voor het kritisch meelezen met dit artikel.