Artikelselectie

Daar is ie weer! De seizoenale artikelselectie om de meest in het oog springende wetenschappelijk-psychiatrische publicaties van de lente van 2021 in sneltreinvaart met jullie door te nemen. Bij deze de selectie met interessante artikelen die in deze periode uitkwamen met een globale beschrijving en een link naar het artikel zelf. Wil je de maandelijkse artikelselectie per e-mail krijgen, schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Heb je een suggestie voor een artikel, lees je iets interessants in de krant, via een app of op je tablet, e-mail ons dan zodat wij het artikel op kunnen nemen in onze lijst! Veel leesplezier.

 

 

 

 

COVID-19

Een telefonische interventie bestaande uit enkele empathische gesprekken per week verminderde onder ouderen tijdens de pandemie depressieve klachten en eenzaamheidsgevoelens (N=240; JAMA Psychiatry).

Een placebo-gecontroleerde RCT en een observationele studie concluderen hetzelfde: bij mensen die een SSRI gebruiken is de kans op verslechtering van COVID-19 na een positieve testuitslag kleiner dan bij mensen zonder SSRI (N= 152 respectievelijk 345; JAMA en Molecular Psychiatry).

Eenzaamheid onder adolescenten (11-16 jaar) tijdens de lockdown blijkt niet geassocieerd met psychische klachten na de lockdown. Hoe nauwer de band met hun ouders hoe minder eenzaamheid zijn ervaarden (N=894, follow up N-443, Journal of Affective Disorders).

 

Psychotherapie

Zowel psychotherapie als antidepressiva geven voor neuronale veranderingen; bij antidepressiva worden deze gevonden in de amygdala, bij psychotherapie in de mediale prefrontale cortex. Dit is onderzocht in patienten met een depressieve stoornis, paniekstoornis en gegeneraliseerde angststoornis (N=3 meta-analyses, N=4206, British Journal of Psychiatry)

Cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid is het meest effectief in patiënten met angstklachten. Onder patiënten met depressieve- en spanningsklachten bestaat het hoogste risico op aanhoudende slapeloosheid na CGT (N=123, Journal of Affective Disorders).



Farmacotherapie

Een placebo-gecontroleerde trial van de combinatie van een acethylcholine-agonist en een -antagonist (xanomeline en trospium, beide niet in Nederland geregistreerd) toont bij schizofrenie gunstige effecten op de PANSS in vergelijking met placebo maar helaas met veel anticholinerge bijwerkingen (N=192; NEJM).

Een meta-analyse vindt geen bewijs voor meer variatie in respons op antidepressiva dan op placebo en ook geen bewijs voor invloed van ernst van depressie op respons op antidepressiva (N=19000 participanten; JAMA Psychiatry).

In personen met dementie zijn niet-medicamenteuze behandelingen (zoals cognitieve stimulatie) minder of even effectief in het reduceren van depressieve klachten dan/als medicamenteuze interventies (zoals een cholinesteraseremmer; N=28000; BMJ).

 

Overige behandeling

Een cohort studie, met DJP bijdrage, laat zien dat oudere, depressieve patiënten met een inflammatoir profiel beter reageren op electroconvulsie therapie. Dit is onafhankelijk van daling van inflammatie na de behandeling. (World J of Biol Psychiatry, n=99).

Uit een meta-analyse komt naar voren dat transcraniale magnetische stimulatie (TMS) met hoge frequentie effectief is in de behandeling van posttraumatische stress stoornis. (Journal of Affective Disorders). 

ECT blijkt veilig en effectief in kinderen en adolescenten met een responspercentage van 77%.De meest voorkomende bijwerkingen waren hoofdpijn (75%) en geheugenproblemen (65%). (N=107, Journal of Clinical Psychiatry)

 

Genetica

De genetica van patiënten met depressie die ECT ontvangen is anders dan van patiënten met mildere depressie: de eerste groep vertoont sterkere genetische correlaties met andere aandoeningen en minder met persoonlijkheidstrekken zoals neuroticisme (N=2700 patiënten die ECT ontvingen; Molecular Psychiatry).

Veranderingen in de basale ganglia blijken voor te komen bij zowel patiënten met obsessief compulsieve stoornis als hun ‘niet aangedane’ eerstegraads familieleden. Deze veranderingen lijken samen te hangen met cognitieve inflexibiliteit (N=191, British Journal of Psychiatry)

 

Epidemiologie

In een systematische review werd gevonden dat cardiometabole afwijkingen, vooral DM en hypertensie, geassocieerd zijn met cognitieve dysfunctie in schizofrenie (N=27 studies en 10174 personen; JAMA Psychiatry).

Een meta-analyse vindt dat duur van onbehandelde psychose geassocieerd is met klinisch relevante uitkomsten later (N=25000; World Psychiatry).

In een nationaal cohort onderzoek komt naar voren dat er een sterke associatie is tussen het doen van een zelfmoordpoging en het hebben van financiële schulden (N=36.278, Journal of Clinical Psychiatry).

De prevalentie van subklinische hypothyroïdie is hoger bij adolescenten met depressie dan bij gezonde controles. Ook werden er bij deze groep vaker antilichamen gevonden (N=360, Journal of Clinical Psychiatry)