Gelukkige vrouwen leven niet langer

(Leestijd: 2 - 3 minuten)

Geluk en welzijn worden al langer geassocieerd met verminderde mortaliteit (lees: gelukkige mensen leven langer). De achterliggende gedachte is vaak dat het gevoel “gelukkig zijn” bepaalde biologische veranderingen teweeg zou brengen in bv. de cortisolfunctie of het immuunsysteem wat een verlaagde mortaliteit zou moeten verklaren. Ongelukkig zijn wordt dan weer geassocieerd met slechte leefgewoontes op het vlak van voeding, sport, roken, alcohol, etc. . Is een verhoogde mortaliteit dan direct te verklaren door ongelukkig zijn of zou een slechte (lichamelijke) gezondheid, welke voorspellend is voor mortaliteit, dan “ongelukkigheid” veroorzaken? De prospectieve “Million Women Study” probeerde een groter inzicht te verkrijgen op deze vragen.

Een kleine 850.000 vrouwen, vreemd aantal voor deze studie, werden reeds vanaf 1996 om de drie jaar opgevolgd. Met de vraag “hoe vaak voel je je gelukkig?” werden vrouwen die nooit, zelden of soms gelukkig waren ingedeeld in de “niet gelukkig” groep terwijl je meestal of altijd gelukkig moest zijn om ingedeeld te worden als “gelukkig”. Mortaliteit (hart, kanker of andere oorzaak) werd gekozen als uitkomstmaat. Daarnaast werden met de vragen “hoe vaak voel je je rustig/gestresseerd/in controle” en “hoe beoordeel je je eigen gezondheid” een beoordeling van “welzijn” en van “zelfgerapporteerde gezondheid” opgemaakt. Hoewel de primaire variabelen dus relatief ruw zijn (1 vraag voor de bepaling of je wel of niet “gelukkig” bent en mortaliteit als uitkomstmaat) werd er in de analyses wel veel rekening gehouden met vooraf bestaande ziektes (hoge bloeddruk, astma, artritis, diabetes, depressie, angststoornissen) en allerlei sociodemografische kenmerken en leefgewoontes. 

Resultaat van de studie: een slechte gezondheid zou “ongelukkig zijn” voorspellen en een slechte gezondheid verhoogt de algemene mortaliteit. Daarbij is “ongelukkig zijn” geassocieerd met slechte leefgewoontes. Interessant daarbij was dat als alle sociodemografische en leefgewoontes in de analyses werden meegenomen dan had “gelukkig zijn” of “ongelukkig zijn” geen enkel direct effect meer op mortaliteit. De belangrijkste “neutraliserende” variabele daarbij was “zelfgerapporteerde gezondheid”. Hoe je zelf dus staat tegenover je eigen gezondheid zou dus de grootste invloed hebben. Wat het meest geassocieerd was met “ongelukkig zijn” bleek in behandeling te zijn voor depressie en angststoornissen. Een niet onverwachte conclusie is dus dat een gezond lichaam en een gezonde geest langer doen leven maar dat geluk op zich daar niet toe bijdraagt. Wat wel wat onverwacht is dat de perceptie van een gezond lichaam en geest eigenlijk ook al voldoende zou zijn. 

Blijft natuurlijk de vraag of dit nu een goede definitie is van “gelukkig zijn” en of trage of sneller sterven nu een goede uitkomstmaat is om het effect van geluk te meten. Filosofisch stel ik liever de vraag “Wat is een goed leven?” waarbij “gelukkig zijn” bij vele slechts een deel zal uitmaken van het antwoord. Denk daarbij dat mannen en vrouwen, van verschillende leeftijden en uit verschillende culturen een ander antwoord zullen geven en blijkt dus dat deze “Million Women Study” slechts gedeeltelijk antwoord bood op de onderzoeksvraag. 

 

Referentie

Bette Liu, Sarah Floud, Kirstin Pirie, Jane Green, Richard Peto, Valerie Beral, for the Million Women Study Collaborators. Does happiness itself directly affect mortality? The prospective UK Million Women Study. The lancet 2015: 9 Dec (link)

 


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy