Boek

Dit dossier bevat artikelen met de tag BOEK

  • “Het Gekaapte Brein” van klinisch psycholoog Paul van Deun richt zich op eerstelijnsprofessionals, patiënten en hun naasten en wil een praktijk schetsen waarbij de recente neurobiologische inzichten toepasbaar in werden verwerkt. Dat stond toch alvast op de achterflap van het boek. Zoals wanneer een dealer zijn klant iets beloofd, is the proof of the pudding in the eating... een verleiding die ik niet kon weerstaan.

  • De ongemakkelijke waarheid over het voorspellen van zelfdoding is dat we er vooralsnog niet zo goed in zijn. Over het algemeen toont onderzoek dat wij als hulpverleners onder kans-niveau scoren bij het voorspellen van een daadwerkelijke zelfdoding.1 Dit betekent dat je dus beter een muntje kan opgooien. Dit is een vrij demotiverende statistiek als je kijkt naar de ellende die suïcides wereldwijd veroorzaken en de hoeveelheid tijd hulpverleners besteden aan dergelijke beoordelingen. Maar dit gegeven kan ook gebruikt worden als startpunt voor een gepassioneerde zoektocht naar de mechanismen van suïcidaliteit. De Schotse professor Rory O’Connor is duidelijk van de laatste school en doet een voorzet voor betere suïcidepreventie met zijn boek ‘When it is Darkest’.

     

     

  • Ik was erg enthousiast over het kunnen recenseren van dit boek, dat zich toevallig midden in mijn professionele interessegebied bevindt en bovendien geschreven werd door het team van het Universitair Forensisch Centrum (UFC) in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, waar ik als arts in opleiding tot psychiater ook stage heb gedaan.

  • Burn-out is een aandoening die niet in DSM-5 staat, noch frequent in de psychiatrische praktijk wordt behandeld. Toch is het niet verwonderlijk dat naar de psychiater wordt gekeken voor duiding van dit fenomeen. Het past in de trend dat het voor onszelf en de buitenwereld maar moeilijk te bepalen is waar de grenzen van de psychiatrie liggen.

  • Christus, mag ik eens voelen, nee mag ik niet want ik sta onder bewind van kantonvlechters en avocado’s en kan niet meer zelf beschikken omdat ik zo moe ben, altijd moe sinds ik hier ontbeer (…)

  • Mijn nekharen gingen overeind staan bij het lezen van de kaft van dit boek: ‘Anti-zelfhulpboek’. Ik word sceptisch van het lezen van zulke beschrijvingen en ben het, na het lezen van het boek, ook niet eens met de schrijver. Marijn Sillis heeft zijn boek in verschillende delen opgedeeld en schrijft achtereenvolgens over de definitie van burn-out, zijn persoonlijke ervaringen in dagboekvorm, nogmaals over de definitie waarin hij de clichés en paradoxen onderzoekt, over dat er geen standaard oplossingen zijn en over hoe je uit een burn-out kunt komen.

     

  • Tijdens het lezen van Mijn Lieve Gunstelling, een zeer goed boek geschreven door Marieke Lucas Rijneveld kwam de vraag bij me op: zou dit boek geschikt zijn als bibliotherapie voor personen met parafilie? Het is duidelijk dat niet alle vormen van parafilie resulteren in misbruik of lijden. In dit boek gaat het echter wel om parafilie met schadelijke gevolgen.

  • Het principe is simpel: een gezellig groepje assistenten psychiatrie dat af en toe samenkomt om een boek te bespreken dat ze allemaal gelezen hebben. En dan liefst een boek met een psychiatrisch thema. 

    Niet om nogmaals droge wetenschappelijke literatuur te moeten lezen, maar om van fictie, faction of een biografie te kunnen proeven en bespreken wat het met ons doet als persoon. In deze COVID-19 tijden waren we dan wel gebonden aan ons computerscherm en niet gezellig op café, maar dat hield ons niet tegen. 

    Boek: Het absurde idee je nooit meer te zien - Rosa Montero

  • Ingrid Candel (1973) is een psychologe die een (seksuele) relatie had met een cliënt. Dat mag niet, dat mag nooit1. En toch gebeurt het. In haar onlangs verschenen boek Tot hier en niet verderbespreekt Candel de regels waaraan zorgverleners zich moeten houden en wat er gebeurt als dat niet lukt. Tevens probeert Candel handvatten te geven om (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners te voorkomen. Aan de hand van haar eigen casus en enkele voorbeelden van onder andere een fysiotherapeut, huisarts en een andere psycholoog. (Het is overigens opvallend dat er in het hele werk met geen letter over psychiaters gesproken wordt). ‘Dapper’ is een voor de hand liggend woord om een dergelijk boek te omschrijven en het valt dan ook al in de tweede paragraaf van Martin Appelo’s voorwoord.

  • Op de achterflap van Het Misverstand Psychotherapie van psychotherapeut Flip Jan van Oenen staat dat alleen als we de beperkingen van psychotherapie onder ogen zien, kunnen we de kracht ervan waarderen en behouden. Van Oenen doet er in zijn boek alles aan om ons die beperkingen onder ogen te laten zien, en dat is niet onterecht. Psychotherapie is geen goednieuwsshow wat sommige behandelaren en wetenschappelijke resultaten pogen te beloven. Het wrange is dat Van Oenen zich vooral toespitst op die beperkingen en is vergeten om de kracht van psychotherapie te waarderen. Hierdoor wordt het boek vooral een – soms cynische - aanklacht tegen psychotherapie en dat is jammer. Niet alleen maar tegen zijn, maar ook ergens vóór zou lezers kunnen binden en overtuigen om daadwerkelijk die beperkingen onder ogen te zien.

  • Wie zwijgt stemt toe…

    Eind december 2020 kopte de NOS dat in het hele land steeds meer jongeren hun toevlucht zoeken bij de crisisdienst. De NOS meldt dat doorstroming naar vervolgzorg na stabilisatie vaak stokt en jongeren blijven ‘hangen’ bij de crisiszorg. Kennelijk mag je van geluk spreken als je als jongere wél mag starten met een passende therapie. Echter, niet elke jongere schreeuwt om hulp en velen blijven er eerder van weg. 

  • Misschien wel de mooiste boeken over psychiatrie zijn verhalen waar je aan begint zonder te vermoeden dat ze een link hebben met psychiatrie. Persoonlijk vind ik een roman nog aansprekender als een historisch perspectief goed wordt uitgewerkt. 

  • In zijn boek Niet Alleen ons Brein; een pleidooi voor psychoalfabetisering probeert Jaap Wijkstra (1951) de lezer te leren hoe belangrijk het psychodynamische gedachtengoed kan zijn voor het begrijpen en verklaren van menselijk gedrag. Met deze kennis krijgen we volgens Wijkstra meer zelfinzicht en kunnen daardoor beter omgaan met onszelf en anderen. Een nobel doel, maar hoe je dat precies doet en hoe je dat kan ontwikkelen wordt na het lezen van het boek niet duidelijk. Dat is een gemiste kans. Daarmee lijkt het boek te complex voor de ongeoefende leek.

  • Over media-aandacht voor zijn pamflet Ontvadering heeft Frank Koerselman niet hoeven klagen. Er stond al een uitgebreid interview in het NRC en hij was in diverse andere media aan het woord over zijn boek Ontvadering. Ook een tweegesprek in het NRC met Peter Buwalda was om van te likkebaarden. Koerselman was goed voorbereid, scherp en fel en – ook al is dat mogelijk ook de verdienste van de schrijfvaardigheid van de journalisten – Peter Buwalda kwam nauwelijks aan het woord. Hoe hij in dat interview venijnig en dominant een einde maakte aan een duiding van een van de journalisten was als slagroom op de taart. Hogeschool gespreksvoering.

  • Het principe is simpel: een gezellig groepje assistenten psychiatrie dat af en toe samenkomt om een boek te bespreken dat ze allemaal gelezen hebben. En dan liefst een boek met een psychiatrisch thema. 

     

    Niet om nogmaals droge wetenschappelijke literatuur te moeten lezen, maar om van fictie, faction of een biografie te kunnen proeven en bespreken wat het met ons doet als persoon. In deze COVID-19 tijden waren we dan wel gebonden aan ons computerscherm en niet gezellig op café, maar dat hield ons niet tegen. 

  • Het principe is simpel: een gezellig groepje assistenten psychiatrie dat af en toe samenkomt om een boek te bespreken dat ze allemaal gelezen hebben. En dan liefst een boek met een psychiatrisch thema. 

     

    Niet om nogmaals droge wetenschappelijke literatuur te moeten lezen, maar om van fictie, faction of een biografie te kunnen proeven en bespreken wat het met ons doet als persoon. In deze COVID-19 tijden waren we dan wel gebonden aan ons computerscherm en niet gezellig op café, maar dat hield ons niet tegen. 

  • Nothing makes sense, except in the light of evolution - Theodosius Dobzhansky

    Tijdens onze opleidingen tot arts en psychiater leren we veel over hoe ons lichaam werkt en hoe ziektes zich ontwikkelen bij patiënten. De vraag waarom we ziek worden blijft echter vaak buiten beschouwing. Zo ook de vraag waarom psychiatrische klachten zo vaak voorkomen. Om dit soort vragen te beantwoorden is een nieuw perspectief nodig, het perspectief van de evolutie.  

     

     

     

     

      

    In zijn boek combineert Randolph Nesse - psychiater, professor en oprichter van het Evolutie & Menselijke Adaptatie Programma aan de Universiteit van Michigan – wetenschappelijke en klinische inzichten om deze vragen te verhelderen. Nesse, bekend van het veelgeciteerde artikel “Is Depression an Adaptation?”, begon deze zoektocht vanuit onvrede over zijn vakgebied de psychiatrie. Het onbelicht laten van deze essentiële vragen over het waarom van kwetsbaarheid voor psychiatrische stoornissen, staat wat hem betreft beter begrip van patiënten en hun stoornissen in de weg.

  • Om heel eerlijk te zijn; als ik moet kiezen tussen een fictieboek of een non-fictieboek zal de roman mijn hart altijd winnen. Ik lees graag om mijn kennis te verrijken, maar ik lees nog liever om me te laten meevoeren naar andere werelden. Het komt dus niet zo regelmatig voor dat ik me waag aan een boek dat zich nuchter en bescheiden bij de realiteit schaart. Toen me dan de kans werd geboden om een boek te lezen met de veelbelovende titel Zelfwaardering, kon ik die kans toch niet laten liggen. Ik moest denken aan alle patiënten die me vertelden dat ze zichzelf absoluut waardeloos vonden, alsof het de normaalste zaak in de wereld was, en bedacht me dat als ik een handvat kon aanrijken om daar op in te grijpen, ik me heel graag eens verdiepte in een non-fictieboek.

  • Dit jaar verscheen het leerboek Neurowetenschappen voor de klinische psychiatrie. 

    Uitgangspunt van de redactie is nadrukkelijk níet om alle psychopathologie neurobiologisch te verklaren, maar wel om de neurobiologische basis te presenteren op een manier die zowel fundamenteel is als complementair aan andere bestaande kaders. Gaandeweg wordt mooi duidelijk dat de neurobiologische basis onmisbaar is om de complexiteit van de psychiatrie ten volle te doorgronden: de vele voorbeelden in het boek illustreren dat elke emotie, gedachte en elk gedrag zich ook op een neurobiologisch niveau afspeelt, los van de volgorde van causaliteit. De beschreven neurobiologische processen zijn diagnose-overstijgend en daarmee losgeweekt van de decennialange onderzoekstraditie die zich baseerde op classificatiesystemen, waarvan steeds steviger onderbouwd is dat deze geen of nauwelijks een etiologisch substraat vertegenwoordigen. 

  • Karl Ryberg is een Zweedse lichtexpert en auteur van het boek Licht wat in 2019 door Spectrum werd uitgegeven. In het boek beschrijft Ryberg alles wat hij weet over licht en de kracht van licht op de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Met praktische tips probeert hij de lezer te overtuigen over de noodzaak van licht en hoe licht een voornamere rol in je leven zou kunnen spelen. 

  • In het boek ‘Hoe de dood ons drijft’ proberen drie Amerikaanse wetenschappers hun lezers te overtuigen hoe de dood een enorme impact heeft op ons leven, ook al willen we dat vaak niet zien. De hoeveelheid kennis die de auteurs hebben over de dood, de vele onderzoeken die ze aanhalen en de vele thema’s die ze aanstippen maken het boek lezenswaardig en laten je reflecteren op je eigen kijk op de dood. Desondanks weet het boek niet altijd te overtuigen van de allesomvattende aanwezigheid van de dood, terwijl die er waarschijnlijk wel is.

  • De coronamaatregelen veranderen ieders wereld. Pubers en adolescenten hebben het zwaar. ‘Voor hen voelt het als járen isolement’ schrijft NRC op 25 april. Want hun leven gaat razendsnel, hun interacties met anderen zijn divers en uitgebreid. Zij komen in de anderhalve meter maatschappij misschien onvoldoende toe aan hun ontwikkelingstaak: jezelf worden door je te verhouden tot anderen die níet je ouders zijn. Hoe valt deze zwaarte voor jonge mensen te snappen? Misschien is het boek dat al even op de plank lag om te bespreken voor DJP ineens ontzettend actueel.

  • Over taalgebruik in de psychiatrie

    Mensen die werken als psychiater of psycholoog praten beroepshalve veel. Met andere mensen die werken als psychiater of psycholoog, maar vooral met mensen die als patiënt of cliënt hulp krijgen. In dit stuk gaat het over de taal die daarbij gebruikt wordt.

    Wellicht doen de eerste zinnen van dit stuk wat stroef aan. Er had ook kunnen staan: psychiaters en psychologen praten veel, met collega’s en met patiënten. Ogenschijnlijk wordt hiermee hetzelfde gezegd als in de eerste twee zinnen, toch verandert met het taalgebruik de inhoud. In de eerste zinnen is expliciet ruimte voor overeenkomsten tussen psychiaters, psychologen en patiënten, onder andere dat ze (we) allemaal mens zijn. Het individu dat als psychiater werkt, wordt niet gereduceerd tot zijn of haar beroep en het individu dat als patiënt op een spreekuur komt wordt niet gereduceerd tot zijn of haar problemen.

    Met taal grijpen we altijd in. Om specifieker te spreken over de psychiatrie: de psychiatrie vormt haar eigen taal, en deze taal vormt de psychiatrie. En daarin hebben we iets te kiezen: in hoe wij (drie mensen werkzaam als psychiater) praten in de spreekkamer, hoe wij onderling praten, hoe wij communiceren op wetenschappelijke congressen en in publicaties. Ons taalgebruik kan zaken buiten zicht houden, denkfouten introduceren en stigmatiserend werken. Deze tekst is een pleidooi voor een taal die open staat voor complexiteit en voor niet-weten; een pleidooi voor iets meer zoektaal en iets minder weettaal.

  • Nu alle buitenshuise afleiding is opgeschort, wendt de jonge psychiater zich misschien weer vaker tot de boekenkast. En dat is een uitstekend idee aangezien in de literatuur alle psychische variaties van emoties en gedrag wel beschreven zijn. De volgende 11 romans of dichtbundels zijn op ons vak van toepassing en vallen bepaald niet in de categorie ‘toiletlectuur’. Aan de korte beschrijvingen -zonder spoilers- hieronder is hopelijk voor ieder wat wils te vinden. De twee tips in de pretentieuze plus-lijst worden tot de grote, intellectuele werken gerekend maar men kan hier wel een zware dobber aan hebben. Veel leesplezier! 

  • Een boek over technologie in therapie; een boek rond een van deze twee complexe onderwerpen wordt vaak vanuit een droog-wetenschappelijke hoek benaderd waarbij enerzijds utopische visies over de eindeloze mogelijkheden van technologie worden beschreven alsook apocalyptische doemberichten over schendingen van privacy, autonomie en ontmenselijking door dezelfde technologieën. Daarnaast behoeft de lezer behoeft veelal enige voorkennis te hebben om dit alles te kunnen volgen. Maar gelukkig niet dit boek!

  • De titel is meteen raak: ‘De kunst van het ongelukkig zijn’. Het paradoxale van deze uitspraak is verrassend en maakt nieuwsgierig. De Wachter heeft sowieso een gave om boeken met pakkende titels te schrijven: ‘Borderline Times’ (2012), ‘Liefde. Een onmogelijk verlangen?’ (2014) en ‘De wereld van De Wachter’ (2016). Die laatste titel kun je alleen kiezen als je al bekend bent, zoals de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter is, zowel in Nederland als in België. 

  • Wetenschappers hebben het de laatste jaren niet makkelijk gehad; de slogans voor publicatiedruk “Publish or Perish” en prestatiedruk “Toponderzoeker, Toponderwijzer, Toparts” zijn bekend. Daarbij ook nog het label van “frauderende wetenschapper” en “Ivoren toren” en het moet niet verbazen dat onderzoek (oh ironie) aantoonde dat 1 op 3 promovendi depressieve klachten heeft en 1 op 4 biomedische hoogleraren te kampen heeft met serieuze burnout klachten. Tijd voor een diagnose-behandel-combinatie, niet?

  • GRIP bij psychose-gevoeligheid is een handzaam boek van de hand van een ervaren psychiatrisch verpleegkundige. Het werd geschreven om hetgeen geweten is over psychose op een eenvoudige manier te delen met zowel mensen die een eerste psychose hebben (meegemaakt) als hun naasten.

  • In het boek ‘Tussen mensen’ lichten twee contextueel psychotherapeuten het werk van Ivan Boszormenyi-Nagy toe. Deze Hongaars-Amerikaanse psychiater en familietherapeut wordt als grondlegger van de ‘contextuele psychotherapie’ gezien, een van de substromingen van onze tegenwoordige familie- en relatietherapie.

  • Gek genoeg hebben in 2019 zowel een psycholoog (link) als een psychiater (link) een soortgelijk boek geschreven waarin ze aandacht vragen voor de penibele situatie in de GGZ. En om het toeval nog meer te tarten heten beide schrijvers ook Frits. Het boek van Frits Bosch (psycholoog) werd al eens eerder gerecenseerd op DJP. Psychiater Frits Oostervink schreef het boek Help, de psychiater wordt geken lucht op zijn hart over de huidige stand van de psychiater in de psychiatrie. Is het een must-read? Nou, als je op zoek bent naar alle ins en outs van de ouderenpsychiatrie en/of als je altijd al een keertje een uitgebreide verslaglegging wilde lezen van een oudere psychiater die een montere, wat passieve strijd tegen het ‘management’ voert dan is dit echt het boek voor jou. Voor alle andere lezers, zou ik niet weten of het de moeite waard is.