Boek

Dit dossier bevat artikelen met de tag BOEK

  • Nothing makes sense, except in the light of evolution - Theodosius Dobzhansky

    Tijdens onze opleidingen tot arts en psychiater leren we veel over hoe ons lichaam werkt en hoe ziektes zich ontwikkelen bij patiënten. De vraag waarom we ziek worden blijft echter vaak buiten beschouwing. Zo ook de vraag waarom psychiatrische klachten zo vaak voorkomen. Om dit soort vragen te beantwoorden is een nieuw perspectief nodig, het perspectief van de evolutie.  

     

     

     

     

      

    In zijn boek combineert Randolph Nesse - psychiater, professor en oprichter van het Evolutie & Menselijke Adaptatie Programma aan de Universiteit van Michigan – wetenschappelijke en klinische inzichten om deze vragen te verhelderen. Nesse, bekend van het veelgeciteerde artikel “Is Depression an Adaptation?”, begon deze zoektocht vanuit onvrede over zijn vakgebied de psychiatrie. Het onbelicht laten van deze essentiële vragen over het waarom van kwetsbaarheid voor psychiatrische stoornissen, staat wat hem betreft beter begrip van patiënten en hun stoornissen in de weg.

  • Om heel eerlijk te zijn; als ik moet kiezen tussen een fictieboek of een non-fictieboek zal de roman mijn hart altijd winnen. Ik lees graag om mijn kennis te verrijken, maar ik lees nog liever om me te laten meevoeren naar andere werelden. Het komt dus niet zo regelmatig voor dat ik me waag aan een boek dat zich nuchter en bescheiden bij de realiteit schaart. Toen me dan de kans werd geboden om een boek te lezen met de veelbelovende titel Zelfwaardering, kon ik die kans toch niet laten liggen. Ik moest denken aan alle patiënten die me vertelden dat ze zichzelf absoluut waardeloos vonden, alsof het de normaalste zaak in de wereld was, en bedacht me dat als ik een handvat kon aanrijken om daar op in te grijpen, ik me heel graag eens verdiepte in een non-fictieboek.

  • Dit jaar verscheen het leerboek Neurowetenschappen voor de klinische psychiatrie. 

    Uitgangspunt van de redactie is nadrukkelijk níet om alle psychopathologie neurobiologisch te verklaren, maar wel om de neurobiologische basis te presenteren op een manier die zowel fundamenteel is als complementair aan andere bestaande kaders. Gaandeweg wordt mooi duidelijk dat de neurobiologische basis onmisbaar is om de complexiteit van de psychiatrie ten volle te doorgronden: de vele voorbeelden in het boek illustreren dat elke emotie, gedachte en elk gedrag zich ook op een neurobiologisch niveau afspeelt, los van de volgorde van causaliteit. De beschreven neurobiologische processen zijn diagnose-overstijgend en daarmee losgeweekt van de decennialange onderzoekstraditie die zich baseerde op classificatiesystemen, waarvan steeds steviger onderbouwd is dat deze geen of nauwelijks een etiologisch substraat vertegenwoordigen. 

  • Karl Ryberg is een Zweedse lichtexpert en auteur van het boek Licht wat in 2019 door Spectrum werd uitgegeven. In het boek beschrijft Ryberg alles wat hij weet over licht en de kracht van licht op de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Met praktische tips probeert hij de lezer te overtuigen over de noodzaak van licht en hoe licht een voornamere rol in je leven zou kunnen spelen. 

  • In het boek ‘Hoe de dood ons drijft’ proberen drie Amerikaanse wetenschappers hun lezers te overtuigen hoe de dood een enorme impact heeft op ons leven, ook al willen we dat vaak niet zien. De hoeveelheid kennis die de auteurs hebben over de dood, de vele onderzoeken die ze aanhalen en de vele thema’s die ze aanstippen maken het boek lezenswaardig en laten je reflecteren op je eigen kijk op de dood. Desondanks weet het boek niet altijd te overtuigen van de allesomvattende aanwezigheid van de dood, terwijl die er waarschijnlijk wel is.

  • De coronamaatregelen veranderen ieders wereld. Pubers en adolescenten hebben het zwaar. ‘Voor hen voelt het als járen isolement’ schrijft NRC op 25 april. Want hun leven gaat razendsnel, hun interacties met anderen zijn divers en uitgebreid. Zij komen in de anderhalve meter maatschappij misschien onvoldoende toe aan hun ontwikkelingstaak: jezelf worden door je te verhouden tot anderen die níet je ouders zijn. Hoe valt deze zwaarte voor jonge mensen te snappen? Misschien is het boek dat al even op de plank lag om te bespreken voor DJP ineens ontzettend actueel.

  • Over taalgebruik in de psychiatrie

    Mensen die werken als psychiater of psycholoog praten beroepshalve veel. Met andere mensen die werken als psychiater of psycholoog, maar vooral met mensen die als patiënt of cliënt hulp krijgen. In dit stuk gaat het over de taal die daarbij gebruikt wordt.

    Wellicht doen de eerste zinnen van dit stuk wat stroef aan. Er had ook kunnen staan: psychiaters en psychologen praten veel, met collega’s en met patiënten. Ogenschijnlijk wordt hiermee hetzelfde gezegd als in de eerste twee zinnen, toch verandert met het taalgebruik de inhoud. In de eerste zinnen is expliciet ruimte voor overeenkomsten tussen psychiaters, psychologen en patiënten, onder andere dat ze (we) allemaal mens zijn. Het individu dat als psychiater werkt, wordt niet gereduceerd tot zijn of haar beroep en het individu dat als patiënt op een spreekuur komt wordt niet gereduceerd tot zijn of haar problemen.

    Met taal grijpen we altijd in. Om specifieker te spreken over de psychiatrie: de psychiatrie vormt haar eigen taal, en deze taal vormt de psychiatrie. En daarin hebben we iets te kiezen: in hoe wij (drie mensen werkzaam als psychiater) praten in de spreekkamer, hoe wij onderling praten, hoe wij communiceren op wetenschappelijke congressen en in publicaties. Ons taalgebruik kan zaken buiten zicht houden, denkfouten introduceren en stigmatiserend werken. Deze tekst is een pleidooi voor een taal die open staat voor complexiteit en voor niet-weten; een pleidooi voor iets meer zoektaal en iets minder weettaal.

  • Nu alle buitenshuise afleiding is opgeschort, wendt de jonge psychiater zich misschien weer vaker tot de boekenkast. En dat is een uitstekend idee aangezien in de literatuur alle psychische variaties van emoties en gedrag wel beschreven zijn. De volgende 11 romans of dichtbundels zijn op ons vak van toepassing en vallen bepaald niet in de categorie ‘toiletlectuur’. Aan de korte beschrijvingen -zonder spoilers- hieronder is hopelijk voor ieder wat wils te vinden. De twee tips in de pretentieuze plus-lijst worden tot de grote, intellectuele werken gerekend maar men kan hier wel een zware dobber aan hebben. Veel leesplezier! 

  • Een boek over technologie in therapie; een boek rond een van deze twee complexe onderwerpen wordt vaak vanuit een droog-wetenschappelijke hoek benaderd waarbij enerzijds utopische visies over de eindeloze mogelijkheden van technologie worden beschreven alsook apocalyptische doemberichten over schendingen van privacy, autonomie en ontmenselijking door dezelfde technologieën. Daarnaast behoeft de lezer behoeft veelal enige voorkennis te hebben om dit alles te kunnen volgen. Maar gelukkig niet dit boek!

  • De titel is meteen raak: ‘De kunst van het ongelukkig zijn’. Het paradoxale van deze uitspraak is verrassend en maakt nieuwsgierig. De Wachter heeft sowieso een gave om boeken met pakkende titels te schrijven: ‘Borderline Times’ (2012), ‘Liefde. Een onmogelijk verlangen?’ (2014) en ‘De wereld van De Wachter’ (2016). Die laatste titel kun je alleen kiezen als je al bekend bent, zoals de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter is, zowel in Nederland als in België. 

  • Wetenschappers hebben het de laatste jaren niet makkelijk gehad; de slogans voor publicatiedruk “Publish or Perish” en prestatiedruk “Toponderzoeker, Toponderwijzer, Toparts” zijn bekend. Daarbij ook nog het label van “frauderende wetenschapper” en “Ivoren toren” en het moet niet verbazen dat onderzoek (oh ironie) aantoonde dat 1 op 3 promovendi depressieve klachten heeft en 1 op 4 biomedische hoogleraren te kampen heeft met serieuze burnout klachten. Tijd voor een diagnose-behandel-combinatie, niet?

  • GRIP bij psychose-gevoeligheid is een handzaam boek van de hand van een ervaren psychiatrisch verpleegkundige. Het werd geschreven om hetgeen geweten is over psychose op een eenvoudige manier te delen met zowel mensen die een eerste psychose hebben (meegemaakt) als hun naasten.

  • In het boek ‘Tussen mensen’ lichten twee contextueel psychotherapeuten het werk van Ivan Boszormenyi-Nagy toe. Deze Hongaars-Amerikaanse psychiater en familietherapeut wordt als grondlegger van de ‘contextuele psychotherapie’ gezien, een van de substromingen van onze tegenwoordige familie- en relatietherapie.

  • Gek genoeg hebben in 2019 zowel een psycholoog (link) als een psychiater (link) een soortgelijk boek geschreven waarin ze aandacht vragen voor de penibele situatie in de GGZ. En om het toeval nog meer te tarten heten beide schrijvers ook Frits. Het boek van Frits Bosch (psycholoog) werd al eens eerder gerecenseerd op DJP. Psychiater Frits Oostervink schreef het boek Help, de psychiater wordt geken lucht op zijn hart over de huidige stand van de psychiater in de psychiatrie. Is het een must-read? Nou, als je op zoek bent naar alle ins en outs van de ouderenpsychiatrie en/of als je altijd al een keertje een uitgebreide verslaglegging wilde lezen van een oudere psychiater die een montere, wat passieve strijd tegen het ‘management’ voert dan is dit echt het boek voor jou. Voor alle andere lezers, zou ik niet weten of het de moeite waard is.

  • Marc Schuilenburg, criminoloog en filosoof, en tevens columnist bij NRC Handelsblad heeft een boek geschreven, getiteld ‘hysterie, een cultuurdiagnose’. Hysterie is een begrip dat in de huidige tijd veel wordt gebruikt. Voor hulpverleners is het echter een waardevolle diagnose om gedrag van patiënten te kunnen duiden. Ik had, mede door de kracht van het begrip in de psychiatrische praktijk, zin in een boek over hysterie. Schuilenburg kan deze verwachtingen maar deels inlossen. 

  • Onlangs schreef de Maastrichtse aios psychiatrie Mette Konings in Medisch Contact een betoog voor matige dokters en ook anderen schreven over de dokter die in toenemende mate overbelast raakt omdat er verwacht wordt dat hij/zij perfect is of dan toch minimaal handelt en doet alsof. Konings bedoelde in haar stuk natuurlijk niet écht matige dokters die aan de lopende band verkeerde diagnoses stellen, grove fouten maken, hun literatuur niet bijhouden en niet goed onderlegd zijn. Haar stuk moet vooral gelezen worden als een pleidooi voor artsen die niet zozeer matig, maar ook zeker geen supermens zijn. Artsen die wel eens binnensmonds vloeken als ze gebeld worden, die snoozen als de wekker gaat, die geen marathons lopen (al waren het maar halve), die eigenlijk ‘s nachts liever slapen dan werken, die niet op hoog niveau viool spelen of moeilijke boeken schrijven. Dokters kortom die niet zozeer overwegend heel intellectueel, sportief én muzikaal zijn, maar vooral menselijk. Die gewoon vermoeid en geëmotioneerd raken en die het ook wel eens niet weten en dan om hulp vragen.

    De Engelse huisarts Gavin Francis is in elk geval duidelijk niet zo’n ‘matige dokter’. Francis is een dokter die Ovidius en oude Russische meesters leest (en het niet nalaat deze te pas - en vooral te onpas- te citeren). In het onlangs verschenen boek Gedaanteverwisselaars vertelt Francis over een 24-tal patiënten die op enige manier van gedaante verwisselen, zowel fysiologisch (het sluiten van de ductus Botalli, puberteit, zwangerschap, menopauze, de dood), pathologisch (gigantisme, anorexia nervosa), zowel somatisch (botbreuken, parapemphigus), psychiatrisch (delier, insomnia, anorexia nervosa, amnesie) als alles daartussen (tatoeages, amputaties/protheses, bodybuilding, castratie). 

     

    Zo op het eerste gezicht doet dat natuurlijk denken aan Oliver Sacks en recenter Helen Thomson (Het ondenkbare denken, eveneens recent uitgekomen en eveneens op DJP gerecenseerd. Het verschil zit erin dat de patiëntbeschrijvingen bij Francis vooral korte anekdotes betreffen, die - meer dan bij Sacks en Thomson - worden ingekleed met verhalen uit de (medische) geschiedenis, kunst, literatuur en mythologie. Francis blaast geregeld hoog van de toren en weet zijn intellectualiteit goed ten toon te spreiden. Een leuke opzet, al is het vaker omgekeerd: vrij lange verhandelingen over literatuur en kunst, waar aan de haren een patiënt bijgesleept wordt. Af en toe komt het geheel daardoor behalve erudiet ook geknutseld over. Van de ruime 280 bladzijden zijn er ruim 30 voor de uitvoerige bronvermelding en index.

     

    Ik las dit boek op vakantie en merkte dat ik het toch af en toe even moest weg leggen voor wat lichtere kost. Voor wie houdt van zware intellectuele kost is dit een leuk en interessant boek. Wie toch wat lichter, minder cultureel en meer wetenschappelijk wil is beter af bij Sacks of Thomson.

     

     

    Referentie

    Gedaanteverwisselaars

    Gavin Francis

    Uitgeverij NIeuwerzijds

    ISBN 9789057125041
    288 pag.

  • Wie kent nog die soep reclame uit de jaren ’90 met als slogan; ‘succes is een keuze’? Tegenwoordig leeft bij menigeen precies deze overtuiging. De maakbaarheid van geluk maakt van falen en ongeluk voor velen een loodzware last. Immers; wie niet succesvol en gelukkig is, heeft waarschijnlijk de verkeerde keuzes gemaakt. Er kleeft dus iets paradoxaals aan de opvatting dat geluk maakbaar is. Ongeluk wordt gekoppeld aan schuld. Terwijl ongeluk nu eenmaal bij het leven hoort en een ongelijke verdeling kent. Non-fictie auteurs zoals onder andere Paul Verhaeghe, Dirk de Wachter of de Engelse filosoof Alain de Botton, hebben hierover de afgelopen jaren in verschillende publicaties al hun bespiegelingen gegeven. In fictie is het natuurlijk eigenlijk altijd al een onderwerp geweest; wie kent een interessant en lezenswaardig goed boek waarin de hoofdrolspeler alleen maar succes en geluk ervaart?

     

    De anatomie van het geluk thematiseert het probleem rondom de zogenaamde maakbaarheid van geluk in een aangrijpend en meeslepend verhaal rondom Jonathan; een 39-jarige biomedisch wetenschapper die denkt het geluk te zullen vinden zodra hij heeft geleerd hoe hij vrouwen kan verleiden. Dat lijkt hem uiteindelijk goed te lukken. Maar is hij daarna ook gelukkig? 

  • Redelijk hoog zijn mijn verwachtingen na het zien van de cover en het lezen van de korte recensies over dit boek. Biografie als medicijn. Zou het een mooi hulpboek zijn over het gebruik van de biografie in de klinische praktijk? Zou het handvaten bevatten hoe de biografie te interpreteren? Psychodynamische theorieën wellicht rondom de biografie? Vol enthousiasme begin ik aan het eerste levensverhaal. 

  • Stelling: om psychiater te zijn moet je van taal houden. Waarom zou je anders voor een vak kiezen waar je de heledag praat en waar elk willekeurig woord op een weegschaaltje gelegd kan worden? Hoe vaak gebeurt het je niet dat je tijdens het uitschrijven van een psychiatrisch onderzoek met een blik op oneindig opkijkt van je scherm, op zoek naar het perfecte woord om de patiënt precieste vatten? Is ze nou lethargisch, akinetisch, inactief of toch psychomotorisch geremd? Gekmakend en heerlijk tegelijk!

  • Als iemand tijdens een nascholing verzucht: ‘Dit onderwerp komt helemaal niet aan de orde in de opleiding tot psychiater’ wekt dit enige ergernis op bij mij. Mijn, misschien even ergernisopwekkende, antwoord is: ‘Wat houdt je tegen om jezelf er in te verdiepen? Lees er een boek over?’ 

    In het geval van zelfbeschadiging heb ik mijn eigen tip ter harte genomen. Het boek ‘Achter de littekens’ van Meike Grol en Nienke Kool gaat over zelfbeschadiging. Typisch een onderwerp dat weinig aan bod komt in de opleiding tot psychiater. De auteurs stellen dat veel hulpverleners geneigd zijn zelfbeschadiging zo te zien als ze ooit geleerd hebben van een ervaren supervisor. Dit geeft een risico om contraproductieve overtuigingen (bijvoorbeeld: ‘wees neutraal’, ‘geen aandacht aan besteden’ of ‘verbied zelfbeschadiging tijdens klinische opname’) als waarheid te gaan zien. Juist bij een onderwerp als zelfbeschadiging, dat negatieve emoties oproept, en daardoor de neiging te willen simplificeren, rationaliseren of afstand te houden, is gedegen inhoudelijke kennis essentieel. 

  • Niet zo gek lang geleden was ik op een bijeenkomst waar een vooraanstaand psychiater betoogde dat de wetenschap in het algemeen en de biologisch ingestelde (bah, vies, verbeten gezicht) neurowetenschap in het bijzonder de psychiatrie de afgelopen decennia zo goed als niets had opgeleverd en dat we zo langzamerhand maar moesten accepteren dat de hersenen een ‘black box’ waren die we nooit zullen begrijpen. Een sombere boodschap waar ik het maar niet eens mee kan worden. Sommige boeken of documentaires delen dit pessimisme evenmin en laten enerzijds het complexe en mysterieuze van het menselijk brein zien, zonder afbreuk te doen aan het feit dat we toch stiekem best een eind gekomen zijn. 

  • Anton Hafkenscheid is een grote naam op het gebied van onderzoek naar de therapeutische relatie. Niet alleen heeft hij meerdere boeken geschreven over het thema, ook is zijn onderzoekslijn gericht op het bestuderen van de relatie tussen therapeut en patiënt. Kortom, een absolute en hele sympathieke expert. Er is niemand zo bevlogen over dit bijzondere thema als hij. Met die voorkennis begon ik het boek ‘beter worden in je vak’ te lezen. Ik verwachtte een masterclass over het verbeteren van je therapeutische relaties met je patiënten en het effectief inzetten van meetinstrumenten om jezelf een nog betere therapeut te maken.

  • Het tweede boek van psychiater Erik Rozing (pseudoniem)

    Stella, Stella, Stella, ze blijft onze schrijvende collega Erik Rozing bezig houden. Worstelde deze aantrekkelijke borderline patiënte in zijn debuutroman ‘de psychiater en het meisje’ nog met leven en liefde, in het tweede boek van Rozing gaat het voornamelijk over haar strijd om waardig te sterven. 

  • 1 dagje ziek thuis en de #dramaqueen in mij kwam naar boven: al zuchtend en steunend kroop ik naar dat boek dat de redding ging brengen: “Weer aan de slag - Anders omgaan met langdurige afwezigheid”.. Gelukkig kon ik na een dag of 3 terug aan het werk, nog voor ik het boek uithad maar toch was het een interessant boek!

  • In zekere zin zou je J.M.A. Biesheuvel de grondlegger van de recent in zwang gekomen ervaringsdeskundigheid kunnen noemen. In een tijd lang voor ervaringsdeskundigheid als zodanig uitgevonden was schreef Biesheuvel openlijk en zonder stigma over zijn ziekte (bipolaire stoornis) en zijn leven in de GGZ. Renate Rubinstein schreef dan ook ooit terecht: “Biesheuvel heeft voor gekken gedaan wat Gerard Reve voor homo’s deed.” Biesheuvel schreef veel over zijn geestesziekte, maar zeker niet al zijn werk ging hierover. 

  • In 2014 verscheen het leerboek “Psychiatrie voor juristen” van Ko Hummelen, dat hij schreef samen met Michiel Hengeveld en met als doel juristen op een beknopte manier te leren wat de psychiatrie behelst en hoe dit specialisme te werk gaat. Voor psychiaters was dit boek niet zo interessant. Heel anders is dat met dit tweede leerboek waarbij de titel al aangeeft dat er veel meer onderdelen van het samenspel tussen juristen en psychiaters/gedragsdeskundigen aan de orde komen, ‘Forensische psychiatrie en de rechtspraktijk”. Het eerste deel is in feite een vernieuwde versie van uitleg over psychopathologie voor juristen en beslaat de helft van het boek. Dit beslaat nu ongeveer de helft van het boek. Daarna beginnen nieuwe delen. 

  • Erik-Jan Vlieger, de auteur, vertrekt van een “persoonlijk verhaal”, waarbij de aanhalingstekens staan voor het feit dat het eigenlijk gaat over een persoonlijk verhaal van de buurman van de auteur. Op zich blijft het verhaal wel staan gezien het een realistische beeld geeft over de problematiek die de auteur wil beschrijven en uit “persoonlijke” verhalen ontstaan wel eens de mooiste initiatieven.

  • Geheel onbevooroordeeld was ik niet toen ik dit boek las. In de opleiding tot psychoanalytisch psychotherapeut, had ik al eens een cursus van Frans Schalkwijk over narcisme gevolgd. Dit was de eerste keer dat ik hoorde hoe je mensen met sterke narcistische kwetsbaarheid psychotherapeutisch zou kunnen behandelen. Ik weet niet meer wat ik daarvoor eigenlijk dacht, waarschijnlijk dat het ‘niet behandelbaar’ is. Ofwel: klachten als angst of depressie kunnen wel behandeld worden, maar de narcistische persoonlijkheidsstoornis zelf niet. 

    Vandaar dat ik benieuwd was naar dit boek getiteld ‘narcisme’. Het komt uit de reeks ‘Elementaire deeltjes’ van de Amsterdam University Press. Deze reeks heeft als oogmerk kennis uit allerlei wetenschapsgebieden toegankelijk te maken voor een breed publiek. Het boek is inderdaad goed leesbaar voor een leek, maar ook voor psychiaters valt er genoeg te leren. 

  • Eerlijk is eerlijk. Met frisse tegenzin begon ik met het lezen van het boek positieve psychiatrie. Behoudens de naam (wat allitereert ie lekker zeg), was ik nog niet erg overtuigd over de titel. Psychiaters behandelen mensen die lijden en we proberen het lijden te verlichten. Is positieve psychiatrie dan niet een contradictio in terminis? Natuurlijk moeten we opgewekt en positief in het leven staan om onze patienten te kunnen helpen, maar om er een hele nieuwe stroming voor te beginnen – zoals is gebeurd bij de positieve psychologie- stemde me enigszins sceptisch. Niet alleen geloof ik niet dat psychiatrie alleen maar positief kan zijn, ook denk ik dat lijden een belangrijk onderdeel van het menszijn en van ons vak is. Lijden is onderdeel van de condition humaine.

    Toch heeft het boek me verrast. Ondanks dat het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van positieve psychiatrische gespreksvoering (nog) niet is geleverd heb ik mijn vooroordelen enigszins in mijn bureaula kunnen stoppen.

  • Aandacht voor communicatie met patiënten is er – gelukkig – in ieder medisch curriculum, hoewel dit in de vervolgopleiding tot medisch specialist vaak weer verdwijnt. Onder medisch specialisten is ook steeds meer aandacht voor ‘professionalisering’ en competenties op het gebied van samenwerken, organiseren, leiderschap en communicatie met collega’s. Steeds meer ziekenhuizen en GGZ-instellingen begeleiden hun A(N)IOS en jonge medisch specialisten beter in hun rol als professional, maar hier is nog veel werk te verrichten. Het volgen van multidisciplinaire intervisie of instellen van reguliere mentorschappen zou eerder regel dan uitzondering moeten zijn.

    ‘De Alles-Arts – Communicatie in complexe situaties’ is een ambitieuze titel voor een ambitieus boek. Het is een ‘handleiding voor lastige situaties die je als arts in de dagelijkse praktijk veelvuldig tegenkomt.’ Toch gaat het boek over veel meer dan communicatie alleen. Competenties als organiseren, samenwerken, professionaliteit, leiderschap en zelfzorg komen aan bod.