18december2014

DJP

De Jonge Psychiater

Hoe bepaal je een betrouwbare en consistente GAF score?

gafThe GAF score (Global Assessment of Functioning ) is een maat waarmee het algemene functioneren van iemand ingeschaald wordt volgens de DSM-IV. Zoals de DSM-IV-TR zegt: “Beoordeel het psychisch, sociaal en beroepsmatig functioneren volgens een hypothetisch continuüm van geestelijke gezondheid naar psychische stoornis. Reken hier niet de beperkingen in functioneren toe die het gevolg zijn van lichamelijke (of omgevings-)factoren." De schaal is onderverdeeld in 10 verschillende klasses van functioneren (en een score van 0 inhoudt dat er onvoldoende informatie is). In de praktijk betekent het dat je zelf de getallen zoekt waar iemands functioneren bij past. Dat is eigenlijk heel subjectief en in de praktijk erg persoonsgebonden. Maar is ook te verbeteren?

  

Laten we de scores bekijken:

  • 91-100: Uitstekend functioneren bij een groot aantal activiteiten, de problemen in het leven lopen nooit uit de hand, persoon wordt op prijs gesteld door anderen door veel goede kwaliteiten. Geen symptomen.
  • 81-90: Geen of minimale symptomen, goed functioneren op alle gebieden, geïnteresseerd en betrokken bij een groot aantal activiteiten, sociaal effectief, doorgaans tevreden met het leven, alleen alledaagse problemen en zorgen.
  • 71-80: Als er symptomen optreden, zijn deze van voorbijgaande aard, te verwachten reacties op psychosociale stress, slechts beperkte hinder in sociale omgang, op het werk of op school.
  • 61-70 Enige lichte symptomen OF enige problemen in sociaal functioneren, op het werk of op school, maar functioneert over het algemeen behoorlijk goed, heeft goede inter-persoonlijke contacten.
  • 51-60 Matige symptomen OF matige problemen in sociaal functioneren, op het werk of op school.
  • 41-50 Ernstige symptomen OF ernstige beperkingen in sociaal functioneren, op het werk of op school.
  • 31-40 Enige vermindering in realiteitsbesef of communicatie OF sterke vermindering op verschillende terreinen, zoals werk of school, gezins- of familierelaties, beoordelingsvermogen, denkvermogen of stemming.
  • 21-30 Gedrag wordt beïnvloed door wanen of hallucinaties OF ernstige beperkingen van communicatie of beoordeling OF onvermogen op alle terreinen te functioneren. 
  • 11-20 Enig gevaar om zichzelf of anderen te verwonden OF af en toe verwaarlozing van de persoonlijke hygiëne OF zeer ernstige vermindering van communicatie. 
  • 1-10 Blijvend gevaar zichzelf of anderen te verwonden OF blijvend onvermogen de persoonlijke hygiëne te onderhouden OF ernstig suïcidaal gedrag met duidelijke doodsverwachting. 
  • 0 Onvoldoende informatie

Zelf moet ik zeggen dat ik nooit mensen tussen de 91-100 scoorde – al dan niet terecht. Nu zijn er twee (Engelstalige) websites die onder andere aan de hand van casuïstiek je helpen om de GAF score betrouwbaarder te maken. Erg handig om een keer door te nemen om zo voor jezelf een GAF score beter te bepalen. Esocialworker laat op een inzichtelijke manier zien hoe je tot bepaalde scores komt, waarbij scores van 1 tot 40 onmiddellijk gevaar betekenen, 41-70 een vorm van urgentie en boven de 71 eigenlijk routine. Als je psychologisch functioneren verschilt van het sociale en beroepsmatige functioneren, moet je de laagste score nemen. Ze gaan ook mooi in op de GAF scores bij bijvoorbeeld depressie, psychotische symptomen en suicidaliteit. Als je dan echt wil trainen (een echte aanrader!) moet je naar deze website van de University of Washington gaan, waar je aan de hand van geschetste casus zelf kan bepalen welke GAF score je zelf zou opschrijven. Erg inzichtelijk – en met gevolgen voor in ieder geval mijn GAF scores.

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter