19april2014

DJP

De Jonge Psychiater

Rudi van den Hoofdakker - In Memoriam

rutgerkopland

Op woensdag 11 juli 2012 is Rudi van den Hoofdakker op 77-jarige leeftijd overleden. Hij was een vooraanstaand en gewaardeerd psychiater, hoogleraar en dichter. Bij het grote publiek stond hij bekend onder het pseudoniem van dichter Rutger Kopland. Ter nagedachtenis aan zijn merites voor de wetenschap en de psychiatrie (voor cijferfetisjisten: zijn Hirsch-index was 23) hierbij een kort overzicht van zijn psychiatrische werk en een zoektocht naar verbinding tussen zijn wetenschappelijk werk en zijn gedichten.

Zijn eerste (relevante) wetenschappelijke publicatie stamt uit 1975 in de Archives of General Psychiatry middels een kleine cohortstudie naar het antidepressieve effect van slaapdeprivatie bij 10 patiënten met een endogene depressie (link). In het verloop van zijn wetenschappelijke publicaties komt depressie en slaap steeds terug. Waar aanvankelijk de focus ligt op de behandeling van depressies met slaapdeprivatie, ontstaat later meer onderzoek naar het slaappatroon, circadiane ritmiek en REM-slaap bij depressieve patiënten en seizoensgebonden affectieve stoornissen.

 

Van den Hoofdakker onderzoekt het effect van slaapdeprivatie en lichttherapie op zijn patiënten. Als hoogleraar is hij ook betrokken bij het herinvoeren van de electroconvulsietherapie (ECT) in Nederland als zeer effectieve behandeling van depressies. Deze behandeling was in de jaren 70 door de antipsychiatriebeweging in de verdrukking geraakt, maar van den Hoofdakker zette deze weer op de kaart. Daarnaast protesteerde hij scherp en liet zijn mening horen over bijvoorbeeld het asielzoekersbeleid of de paternalistische houding van psychiaters in de psychiatrie. Maar ook voor het behoud van zandwegen in Nederland, omdat hij die zo mooi vond. In een van zijn laatste publicaties uit 2004 is hij laatste auteur in een ingezonden stuk in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Science (link) waar een overzicht wordt gegeven over licht en depressie.

 Zijn ideeën over waardering van zijn werk sierden en kenmerkten van den Hoofdakker in zijn ideeën over de wereld. In 2000 kreeg Rutger Kopland de meeste stemmen bij de verkiezing van de eerste Dichter des Vaderlands, maar hij bedankte voor de eer. Ook ontving hij een lintje die hij afwees. ‘Dichten is geen maatschappelijke activiteit’. Hij vond dat de onderscheiding in de Ridderorde niet voor hem van toepassing was. ‘Mensen kunnen het waarderen, maar er zijn voldoende prijzen om dichters te eren’. Die waardering in literaire prijzen ontving hij, zoals de PC Hooft-prijs in 1988 en de VSB Poëzieprijs 10 jaar later.

 

Zijn poëzie kenmerkt zich door duizelingwekkende simpelheid en de zoektocht naar de schoonheid in taal. Hij vond dat poëzie tastbaar en voelbaar moest zijn en dat de betekenis niet altijd direct zichtbaar hoefde te zijn, als je maar als lezer het gevoel had dat het klopte. Het typeerde zich als poëzie door, ondanks het concrete, altijd het zoeken het vinden te laten overstijgen. Die houding was niet alleen zijn positie als dichter maar ook als wetenschapper. Hij was zelf meer (onder)zoeker dan vinder. Misschien is dat wel een verlichtende en doortastende wetenschappelijke houding. Want als je al gevonden hebt, hoef je niet meer te onderzoeken. Rudi van den Hoofdakker vond wetenschappers en dichters dan ook wel op elkaar lijken. ‘ Ze willen beiden de wereld zo beschrijven dat je denkt: zo had ik het nog nooit gezien, maar zo is het’.

 

De relatie met zijn gedichten en de psychiatrie hebben veel raakvlakken. Zo raakt hij in gedichten als jonge sla (link) thema’s als verlangen naar oneindigheid, tijdsbeleving en de angst voor de dood, en schrijft hij in andere gedichten over liefde en leegte (link). Het gedicht als laatste eer (en omdat hij zo mooi en doortastend is) waar ik mee af wil sluiten heet Weggaan. Het gaat over het verlangen om iets tastbaars achter te laten en de angst om vergeten te raken. Dit is problematiek die we ook bij onze patiënten, wetenschappers en zelfs bij onszelf tegenkomen.

 

Weggaan

 

Weggaan is iets anders

dan het huis uitsluipen

zacht de deur dichttrekken

achter je bestaan en niet

terugkeren. Je blijft

iemand op wie wordt gewacht.

 

Weggaan kun je beschrijven als

een soort van blijven. Niemand

wacht want je bent er nog.

Niemand neemt afscheid

want je gaat niet weg.

 

(Uit: Kopland's Het orgeltje van yesterday (Amsterdam, 1968)

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter