Catwalk: schoonheidsideaal of dodelijke dunheid?
- Post 12 april 2012
- By Gastauteur
In Volkskrant Magazine van zaterdag 24 maart jongstleden wordt een fraaie beschrijving van de Nederlandse modellenwereld gegeven. Maar er was nog meer modellennieuws die week: in Israël is het voortaan verboden dat er gebruik wordt gemaakt van fotomodellen met een ongezond lichaamsgewicht. En dit in contrast met onze Ananda Marchildon, die in 2008 de Holland Next Top Model competitive wint, en vervolgens door het modellenbureau dat deze competitie sponsort, de deur wordt gewezen. Waarom? Omdat haar billen te dik zouden zijn en haar “winnende” heupomvang met 92 cm te breed is voor het betreffende modellenbureau.
Een paar feiten- de oogst van een lange zoektocht op het internet: de gangbare eis voor heupwijdte van topmodellen is 90 cm, passend bij confectiemaat 34/36 (XS = extra small). De gemiddelde damesmaat in Nederland is maat 40 – 42, overeenkomend met een heupwijdte van 100 – 104 cm. Topmannequins hebben een gemiddelde lengte van 1.82 m. Ter vergelijking: de gemiddelde lengte van vrouwen in Nederland is 1.68 m.
Als maat voor een gezond gewicht wordt doorgaans de BMI (Body Mass Index) genomen. Er is sprake van ondergewicht bij een BMI waarde van 18,5 of lager (bron: WHO). Een gemiddelde topmannequin heeft een BMI van tussen de 16 en de 17.6, met een gewicht dat 10 – 13 kg lager is dan hun natuurlijke gewicht. Dat kan ook niet anders, als ze willen voldoen aan het ideale androgyne lichaamsbeeld van de modekoningen: lang èn zeer slank. Met alle gevolgen van dien, zoals botontkalking en menstruatiestoornissen.
Dit extreme lijngedrag lokt het ontstaan van eetstoornissen bij deze vrouwen uit, met name bij die vrouwen die model willen worden en wat betreft natuurlijke verhoudingen moeilijk kunnen voldoen aan de bijna bovenmenselijke eisen die er worden gesteld. Wij maken deze worsteling ook mee in onze dagelijkse praktijk: meisjes die model willen worden en tegelijkertijd een eetstoornis hebben. Dit veroorzaakt een zorgelijke situatie, want eetstoornissen kunnen een levenslang beloop hebben, en gepaard gaan met een hoge mortaliteit (standardized mortality rate van bijna 6 voor anorexia nervosa).
In NRC Next van 11 april jl. is het risico op het voorkomen van eetstoornissen bij modellen nog eens in beeld gebracht. In dit artikel lijken de statistische begrippen incidentie en prevalentie helaas niet helemaal helder te worden toegepast. Maar – zo wordt gesteld – modellen hebben wel degelijk een grotere kans om een eetstoornis te ontwikkelen dan niet-modellen, in elk geval een stuk groter dan men binnen de modellenwereld zelf doet voorkomen. Overigens is de kans dat een westerse vrouw ooit in haar leven een eetstoornis heeft gehad ook niet onaanzienlijk: cijfers zoals gevonden bij Spaans onderzoek uit 2005 (4,8% 18-maands incidentie bij een groep vrouwen tussen 13 en 22 jaar) lijken geen uitzondering te zijn.
De mode-industrie heeft zich altijd verzet tegen wettelijke afspraken op dit gebied, ook de politiek verwijst keer op keer naar zelfregulatie. Er wordt dan gewezen op interindividuele verschillen in de relatie tussen gezondheid en overgewicht. Topmannequins worden vergeleken met topsporters: met aanleg en hard werken kan resultaat bereikt worden. Natuurlijk kunnen er daarbij “ blessures” ontstaan, maar er wordt goede begeleiding geboden en dan valt het allemaal wel mee. Vrouwen die al een eetstoornis hebben, zouden bovendien van het werk uitgesloten worden. Zo presenteert de modellenwereld zich naar de buitenwereld. De minder mooie werkelijkheid komen we vervolgens in de hulpverlening voor eetstoornissen tegen.
In Spanje hebben ze hier een streep onder gezet: het was tot voor kort het enige land waar een wet is aangenomen die het modellen met een BMI van minder dan 18,0 verbiedt om op de catwalk op te treden. Nu heeft ook Israël maatregelen genomen, en dat is niet verwonderlijk, want Israël heeft één van de hoogste percentages met vrouwen met eetproblematiek ter wereld. Nederland en andere (vooral westerse) landen doen daar overigens niet veel voor onder.
Binnen de mode-industrie is het ethische aspect van het stellen van onmogelijke en ziekmakende eisen aan (potentiële) modellen kennelijk ondergeschikt aan iets anders. Waarschijnlijk gaat het dan om goed doordachte commerciële concepten. Er wordt wel gezegd, dat men expres een onbereikbaar beeld oproept, om het verlangen van mensen om kleding van een bepaald merk te dragen, te vergroten. Potentiële klanten zouden “gezond” geproportioneerde modellen te snel als rivales kunnen gaan zien. En een onwerelds mensbeeld zou ook het gevoel van exclusiviteit kunnen vergroten, en dat is goed voor de marges van de bekende modemerken.
Nog even terug naar de realiteit van nu: Doutzen Kroes wordt al een tijdje niet meer gevraagd voor optredens op de catwalk, omdat haar gewicht daar niet meer bij past. Dat sluit goed aan bij haar levensfase, want ze is moeder geworden en dan moet je ook een gezond gewicht hebben. Maar wat is er mis met hoe ze er nu uit ziet? Het is bizar dat de modellenindustrie ons liever een ziekelijke werkelijkheid van dodelijke dunheid wil blijven tonen, in plaats van ons te verblijden met het beeld van gezonde vrouwen als Doutzen en Ananda.
Ward van Alphen
Kinder- en jeugdpsychiater
Zorgprogramma Eetstoornissen, Curium-LUMC, Oegstgeest.

